Het dorp met te veel geschiedenis

Zeg tegen Italianen dat je een boeiend boek hebben gelezen over Kobarid, de stad die ze allemaal kennen, en tien tegen één dat je weinig meer reactie krijgt dan een glazige blik. Hoezo? Kobarid? Als je uitlegt dat het een dorp in Slovenie is, met ruim vierduizend inwoners, zal er weinig veranderen. Maar noem de Italiaanse naam waaronder het dorp bekend staat, dan valt het kwartje. Caporetto. De nationale schandvlek, het trauma van de Eerste Wereldoorlog. Hier braken in oktober 1917 Duits-Oostenrijkse eenheden door de Italiaanse linies heen. Het werd de grootste militaire nederlaag ooit van Italië. Niet alleen door het tactische verlies, ook door de honderdduizenden soldaten die gevangen werden genomen en de apocalyptische terugtrekking van de Italianen tot de rivier de Piave, honderdvijftig kilometer verder landinwaarts. ‘Caporetto’ staat in woordenboeken voor ‘debacle’, smadelijke nederlaag. Voor het gevoel nog erger dan ‘Waterloo’.

Daarom was ik nieuwsgierig geworden naar het boek over dit dorp dat onlangs is verschenen. ‘Het dorp met te veel geschiedenis’, is de toepasselijke ondertitel. Kobarid ligt in het dal van de Soca (voor de Italianen: de Isonzo). Hier hebben de jaren veel verschillende littekens en herinneringen achtergelaten; de militaire doorbraak in 1917 is er maar een van.

Wie is de auteur?

Theo Toebosch (1963) is een journalist en schrijver die in verschillende media publiceert over uiteenlopende thema’s als archeologie, cultureel erfgoed en geschiedenis – zie bijvoorbeeld dit overzicht van recente artikelen in NRC. Hij heeft een aantal boeken op zijn naam staan, onder andere over de eerste doden die in de Eerste Wereldoorlog vielen en opgravingen in Amsterdam.

Waar gaat dit boek over?

Toebosch vertelt ook hoe het boek is ontstaan. Hij was bij toeval in Kobarid terechtgekomen en in de ban geraakt van de sporen van de geschiedenis die hier zijn getrokken. Zo had het lokale voetbalteam binnen een paar jaar in drie verschillende nationale competities gespeeld. Hij bleef terug komen, keer op keer. Langzaam verzamelde hij daar de bouwstenen voor zijn boek. Dagboeken, archieven, krantenartikelen, maar vooral ook heel veel gesprekken met mensen. Kobarid is geen groot dorp, en Toebosch neemt heel veel mensen mee in zijn beschrijving van wat er met het dorp is gebeurd.

Kobarid is een verhaal over de Geschiedenis aan de hand van de geschiedenis van een klein dorp. Met gevoel voor kleur en sfeer beschrijft hij hoe de Geschiedenis sinds het einde van de achttiende eeuw is langsgekomen in dit dorpje. Soms was dat heel direct, zoals in de periode dat het dorp onder het fascistische Italië viel. Of in de maanden na het uiteenvallen van Joegoslavië, toen Slovenië zijn eigen onafhankelijkheidsoorlog voerde.

Natuurlijk gaat hij ook in op ‘Caporetto’, de schandvlek in de militaire geschiedenis van Italië. Toebosch herinnert eraan dat een jonge Duitse officier genaamd Rommel een belangrijke rol heeft gespeeld bij de doorbraak in de buurt van Kobarid, maar hij wijst er ook op dat de Italiaanse opperbevelhebber Cadorna en de commandenten van het Tweede Legerkorps daar een aantal grove fouten hebben gemaakt. Dat is wel wat schematisch. Italië-liefhebbers kunnen voor het hele drama beter terecht bij Caporetto, een boek van de populaire historicus Alessandro Barbera, met veel meer kleur en details. Maar Toebosch boek gaat natuurlijk wel over veel meer (het kaartje hieronder komt van de site the-map-as-history).

Enkele citaten

Kobarid lag in een gebied waar de Fransen, Engelsen en Russen zelf geen belangen hadden en daarom was het prettig en makkelijk wisselgeld.

I…Hoe er nu over de tijd ‘onder Italië’ in Kobarid wordt gesproken: met distantie, met verontwaardiging dat ze hun eigen taal niet mogen spreken, met het verhaal over de leraar die in de mond spuugde van een jongen die het waagde wel Sloveens te spreken, en met een grote nadruk op ‘zij’ en ‘ wij’.

In de nacht van 25 of 26 oktober stapten de laatste Joegoslavische militairen in Koper op de boot. De Servische leider Slobodan Milosevic vond het best, omdat er in Slovenië toch geen grote Servische bevolkingsgroep woonde.

Hoeveel verschillende vlaggen zijn er uiteindelijk in de loop van de geschiedenis niet gehesen in Kobarid? Zeker een stuk of tien.

Wat vind ik van dit boek?

Dit is een rijk boek. Door de liefde en betrokkenheid waarmee het is geschreven, door de moeite die Toebosch zich heeft getroost om zoveel mogelijk details te achterhalen. Dat gaat van het uitpluizen van het weer tot het model auto waarin een officier reed.

Zulke details vormen de grote kracht van Toebosch’ onderzoek. Een paar voorbeelden die me zijn bijgebleven: de bersaglieri die op de fiets naar het dorp komen en door kinderen uit Kobarid wegens de zwarte wuivende pluimen op hun hoed worden aangezien voor vrouwen. De wreedheid waarmee in de Tweede Wereldoorlog Duitse bezetters, die het dorp weer Karfried noemen, iemand van de brug gooien met een actief gemaakte granaat om zijn middel om te zien of die ontploft voordat de ongelukkige het water raakt. De leren jassen en aktetassen van de mannen van de communistische partij die de ideologische zuiverheid komen controleren. De fles drank waarmee in de korte Sloveens strijd om onafhankelijkheid, de Tiendaagse Oorlog, de vriendschap met een Servische grenspost wordt bezegeld.

Soms schiet Toebosch door en lijkt het of hij al zijn aantekeningen heeft willen uitschrijven. Dat komt hij met weetjes over wie waar is gaan studeren, sec en zonder context verteld, en niet relevant voor het grotere verhaal. Of is zijn sfeertekening wel heel uitgebreid. Dan moet je als lezer maar even in een hogere versnelling. Het boek is het waard. Want ook het laatste gedeelte, over de tijd van 1947 tot 1991 dat Slovenie bij Joegoslavië, is mede door de vele mensen die hij hierover nog heeft kunnen spreken, erg sterk.

Hemingway’s A farewell to arms

Veel verschillende mensen zijn de baas geweest in Kobarid. Italianen, nazi-Duitsers, Geallieerde officieren en Servische politici. In het dorp houden sommigen graag de mythe in stand dat Ernest Hemingway er ook is geweest, voor zijn boek A farewell to arms, dat over de chaos na ‘Caporetto’ ging – al wordt het dorp zelf in de roman maar drie keer genoemd. Een citaat uit dat boek:

[…] You know Caporetto?”
“Yes,” I said. I remembered it as a little white town with a campanile in a valley. It was a clean little town and there was a fine fountain in the square.

Maar Hemingway is daar nooit geweest. Toebosch weet te vertellen dat de Amerikaanse schrijver pas maanden na de slag in de buurt was en tot op zo’n honderd kilometer van het dorp is gekomen. Toebosch is geen Hemingway, Kobarid is een beeldend verteld verhaal maar geen roman. Maar, en dat is een teken van het plezier waarmee ik dit boek heb gelezen: ik heb zin gekregen om Kobarid te gaan bezoeken.

Praktische informatie

Theo Toebosch – Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis
ISBN 9789403100128, 352 pagina’s
Uitgeverij De Bezige Bij
Prijs 27,99 e-book 14,99

Eerdere recensies

Ik besteed op dit blog regelmatig aandacht aan wat er verschijnt in Nederland aan vertaalde Italiaanse boeken en boeken over Italië. Eerdere recensies gingen over Miriam Bunnik – Vivaldi en Volare; Ross King – De kortste geschiedenis van Italië; Antonio Scurati – M. De laatste dagen van Europa; Giovanna Giordano – Een magische vlucht; Mauro Corona – Het leven van Celio; Mario Giordano – Terra di Sicilia: de terugkeer van de patriarch; Gianfranco Calligarich – In de omhelzing van de rivier; Simonetta Agnello Hornby – Bittere koffie; Giovanna Giordano – De geur van de vrijheid; Elena Ferrante – In de marge; Mauro Corona – Als een steen in de stroom; Simona Lo Iacono – De albatros; Nicola Lagioia – Stad van de levenden; Paolo Cognetti – Het geluk van de wolf; Fik Meijer – De vele gezichten van Sicilië; Ilaria Tuti – Bloemen van steen; en Raffaella Romagnolo – Antonio’s oog. 

Zijn er andere thema’s waarover je hier graag zou lezen? Neem contact op

1 gedachte over “Het dorp met te veel geschiedenis”

  1. Theo Toebosch

    Beste Marc,

    Fijn om te lezen dat je door mijn boek zin hebt gekregen om Kobarid te bezoeken. Je zult niet teleurgesteld zijn: de omgeving is een paradijs op aarde.
    Verder ben ik zo vrij om voor de lezers van je blog nog op te merken dat ik in mijn boek uitgebreid inga op de complexe relatie tussen de bewoners van Kobarid en Italië. Voor mij als liefhebber van Italië was het ‘verfrissend’ om te merken dat veel Kobariders een hekel hebben aan Italianen – meer dan aan de nazi’s, die toch ook flink hebben huisgehouden. De reden? Toen Kobarid en de rest van Primorska (Venezia Giulia) na WOI deel moest uitmaken van (fascistisch) Italië, waren hun Sloveense taal en cultuur verboden. Maar toen in 1955 de grens met Joegoslavië weer openging, zagen ze de Italianen graag komen om bij hen goedkoop benzine en vlees te kopen. En in 2022 verwelkomden ze de Giro met roze spandoeken en vlaggetjes en roze geschilderde fietsen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.