Het was een toevalstreffer. Ik reed vanuit Turijn het brede dal in dat zich gaandeweg versmalt tot twee passen naar Frankrijk, de col de Mont-Cenis en de col de Montgenèvre – de Mont Blanc tunnel trouwens ligt een stuk noordelijker, daar kom je via Aosta. Indrukwekkende bergketens links, rechts en in de verte voor me. Maar in een versmalling aan het begin van het dal zag ik ineens, hoog op een berg aan de linkerkant, …. een fort? Een klooster? Door de heiigheid was het niet goed te zien. Het leek een soort poortwachter, wakend over iedereen die het dal in en uit gaat.
Op de terugweg dacht ik: dáár moet ik heen. De weg ernaartoe voerde met een grote boog om de berg heen, om de zeshonderd meter hoogteverschil te kunnen overbruggen. Slingerend langs twee meertjes klim je langzaam naar de Sacra di San Michele, het heiligdom van Sint Michiel, of Sint Michaël, zoals hij ook wel wordt genoemd in het Nederlands. Bovenop de berg Pirchiriano. Hoogte: 962m.


Het is een curieus bouwwerk. De eerste indruk is dat grote, brede constructies van steen een kerk helemaal naar het topje van de berg stuwen. In die massieve stapeling van steen lijkt die kerk vrij nietig. Later begrijp je waarom dat zo is: omdat de druk van de muren van de kerk niet zijdelings kon worden afgevoerd, moest er een heel stevig fundament voor worden gebouwd. En daarom lopen de muren van het gebouw en de rots waarop het is gebouwd, soms in elkaar over.
Hannibal en Karel de Grote
Het strategische belang van de plek is evident. Veel historici claimen dat Hannibal in het jaar 218 voor Christus hierlangs Italië is binnengetrokken. Zeker is dat keizer Karel de Grote aan de voet van de berg heeft gevochten met de Longobarden – we zijn in het jaar 774. Ruim twee eeuwen later stichtte een edelman, op de terugreis van een pelgrimstocht naar Rome, hier een abdij van Benedictijnen. De achtergrond was vooral religieus. De abdij lag aan een van belangrijkste pelgrimsroutes en kon reizigers gastvrijheid bieden (wel na een eind klimmen, overigens). En bovendien was het een uitgelezen plek voor een eerbetoon aan de aartsengel Michaël. In West-Europa was sinds de vijfde eeuw een traditie ontstaan dat hiervoor hoger gelegen plaatsen werden gekozen – waarbij hoogte relatief is, denk aan het Franse Mont-Saint-Michel.

In de eeuwen daarna zijn hierlangs veel Franse legers Italië binnengevallen. De Italiaanse veldtocht van Napoleon in 1796 begon zuidelijker, maar hij liet een paar jaar later wel de route over de pas van Mont Cenis sterk verbeteren omdat dit zo’n belangrijke verbindingsweg was. Voor legers, maar ook voor kooplieden en pelgrims.
Doordat de kerk bovenop een rots is gebouwd, loop je in feite door de fundamenten naar boven – in totaal zijn 239 treden voordat je in de kerk staat.

Aartsengel Michaël
Maar eerst kom je langs een beeld van de naamgever van dit complex: de aartsengel Michaël. Hij wordt hier afgebeeld nadat hij de strijd met de duivel heeft gewonnen. Satan ligt als een hoopje stalen ellende aan zijn voeten. Dit ruim vijf meter hoge beeld is overigens vrij recent. Het is in 2005 hier geplaatst.


Je gaat het complex binnen langs de ‘trap van de doden’. De trap heet zo omdat tot bijna een eeuw geleden hier skeletten van overleden monniken te zien waren. Nu valt vooral op hoe dit fundament voor de kerk is geïntegreerd in de rots. Die komt op een aantal plaatsen nog naar boven.
Umberto Eco
De trap brengt je naar de Poort van de dierenriem. Die stamt uit het begin van de twaalfde eeuw. Je vindt hier symbolen voor de twaalf tekens van de dierenriem, mythologische wezens en monsters. In latere kerken zal je dat niet vaak aantreffen, maar in de middeleeuwen waren die een vast onderdeel van het universum.



Dit is ook een goede plaats om de naam van Umberto Eco te laten vallen. In ieder geval een deel van zijn beroemde roman ‘De naam van de roos’ is geïnspireerd op deze sacra. In een briefje uit 1995 aan de rector van de abdij schrijft hij dat dit voor hem een ,,magische’’ plek is:
‘Mijn banden met de Sacra gaan ver terug in de tijd. Toen ik tussen de twee en vier jaar was ging ik op vakantie bij mijn ooms die toen in (het nabije) Avigliano woorden en het beeld van de Sacra en zijn legendes heeft mijn jeugd gevoed.
De laatste keer heb ik hem bezocht met de regisseur van de Naam van de Roos, die aanvankelijk daar de belangrijkste scenes wilde draaien. Daarna is het idee verlaten omdat ik heb geleerd dat het voor een filmproducent minder kostbaar is een klooster te herbouwen in de buurt van een grote stad dan de hele troupe voor maanden naar de bergen te verplaatsen.’

Via dit portaal kom je op een terras met vier grote steunbogen. Die zijn in vrij recent: sinds eind negentiende eeuw zijn die bogen erbij gezet om de kerk beter te kunnen steunen.

Het huis Savoia
Een fraai hoofdportaal in Romaanse stijl met een notenhouten deur uit 1826 bieden toegang tot de kerk. Op die deur denk je weer als vanzelf aan De naam van de roos: bovenop de deur zie je de duivel in de vorm van een slang met een menselijk gezicht. Op het paneel eronder helm, zwaard en schild die Michaël in zijn strijd tegen de duivel heeft gebruikt.


Deze deur was een geschenk van Carlo Felice di Savoia, koning van Sardinië. De Savoia’s zijn gaandeweg deze kerk als ‘hun’ kerk gaan beschouwen. Zijn neef en opvolger Carlo Alberto, vader van Vittorio Emanuele II, de eerste koning van Italië, liet een aantal familietombes vanuit Turijn overbrengen naar deze kerk. Ze staan bij elkaar in het achterste gedeelte.



De kerk heeft ook een aantal muurschilderingen. Je kunt binnenin goed zien dat de kerk is in romaanse stijl en dat later gotische elementen zijn toegevoegd. Bij een van de pilaren wordt ook de rots waarop de kerk is gebouwd, weer zichtbaar.

De legende van de mooie Alda
Van het klooster van vijf verdiepingen dat in de 12e tot de 14e eeuw werd gebouwd naast de kerk, zijn alleen nog maar ruïnes over: wat muren en een toren. Hiervandaan heb je wel een prachtig uitzicht over het dal van Susa, naar het westen, en in de richting van de Povlakte, naar het oosten. De rots loopt hier stijl naar beneden.


Aan de toren is overigens een triest verhaal verbonden: de legende van de bevallige Alda. Omdat ze zo mooi was, werd ze voortdurend lastig gevallen door de soldaten die voorbij deze strategische post kwamen. Om aan hun ongewenste aandacht te ontkomen, wierp ze zich van de toren. Maar ze was een godvruchtig meisje en engelen vingen haar op. Ongedeerd stond ze op aan de voet van de rots. Het verhaal wilde dat ze, uit ijdelheid of voor geld, dat kunststukje wilde herhalen. Maar toen ze opnieuw van de toren sprong, lieten de engelen zich niet meer zien.

Praktische informatie
Informatie over openingstijden en rondleidingen is te vinden op de website van de Sacra di San Michele. Op ongeveer 300 meter afstand is een grote parkeerplaats ingericht.
Alle foto’s © Marc Leijendekker
