Hoe Mussolini Italië de oorlog in sleepte

De vertaling van deel 3 van Scurati’s imponerende en fascinerende epos over Benito Mussolini is uit. Dit deel gaat over de aanloop naar het besluit om aan de zijde van Duitsland mee te vechten in de Tweede Wereldoorlog. M. De laatste dagen van Europa, is de titel. Het is een relaas over opportunisme, hubris en zelfbedrog, over een dictator die zijn land tegen beter weten in de oorlog in sleept. In de hoop, zoals Scurati schrijft, ,,om te kunnen winnen zonder te hoeven vechten’’.

Wie is de auteur?

Voor wie ook maar een beetje in Italië geïnteresseerd is, zal de naam Antonio Scurati zijn tegengekomen. Deze schrijver, literatuurprofessor en columnist verwierf wereldfaam met deel 1 van zijn magnum epos over Mussolini: M. De zoon van de eeuw. Dat is een half miljoen keer verkocht in Italië, onderscheiden met de prestigieuze literaire Premio Strega, en vertaald in vele talen – de Nederlandse vertaling werd genomineerd voor de Europese literatuurprijs. Zijn recept: hij probeert in de huid van Mussolini en andere fascisten te kruipen, schrijft zo bijna geschiedenis in romanvorm, maar verantwoordt na elk van de korte hoofdstukjes zijn verhaal met fragmenten uit dagboeken, documenten en andere teksten en beelden.

Waar gaat  M. De laatste dagen van Europa  over?

Scurati werkt grotendeels chronologisch. Dit boek heeft drie blokken: 1938 (vanaf mei), 1939, 1940 (tot het besluit, in mei van dat jaar, om Engeland en Frankrijk de oorlog te verklaren. Het zijn jaren vol historische momenten. De binnenlandse politiek blijft mede daardoor wat op de achtergrond, met één belangrijke uitzondering. Dat is de afkondiging, in september 1938, van de rassenwetten. Volgens Scurati waren die strenger dan de wetten (niet de maatregelen) tegen Joden in nazi-Duitsland. Joden werden uit het openbaar onderwijs gezet en mochten geen grote (landbouw)bedrijven bezitten. In mooie hoofstukken beschrijft Scurati daarbij de desillusies van de Joodse burgemeester van Ferrara, die zich altijd fascist en Italiaan heeft genoemd, en van Mussolini’s aan de kant gezette Joodse minnares en mentor, Margherita Sarfatti. Scurati schrijft over Mussolini’s anti-semitisme: ,,Mussolini [is] dat uiteindelijk nooit geweest’’, maar hij was geïrriteerd door Joodse kritiek op de koloniale oorlogen van Italië. En: hij wilde ‘meedoen’ met Hitler.

De buitenlandse politiek speelt de hoofdrol in dit boek. Op de appeasement-conferentie in München in september 1938 (waar de Britten en Fransen zich in slaap lieten sussen door Hitler) speelde Mussolini de rol van vredestichter. Dat was in de wetenschap dat Italië nog lang niet klaar was voor een oorlog, maar ook dat er in Italië sterke anti-Duitse gevoelens waren. Die werden nog versterkt door het onverwachte pact dat de Duitsers onder regie van Ribbentrop de maand ervoor hadden gesloten met de Russen – terwijl de bolsjewieken in de ogen van het fascisme de duivels waren.

Met veel details schetst Scurati hoe Italië lang schippert. Zelfs nadat de Duitsers in september 1939 Polen zijn binnengevallen, worden de lijnen naar Engeland opengehouden. In feite kan Mussolini niet anders, want Italië is ondanks de martiale retoriek van het fascistische regime volslagen onvoorbereid voor een oorlog. Tekenend is het boodschappenlijstje dat Mussolini naar Hitler stuurt, met daarop wat Italië nodig zou hebben om een jaar oorlog te kunnen voeren. Bovenaan staan zes miljoen ton steenkool, en even verderop zeventigduizend ton rubber. Mussolini wil wel oorlog voeren, maar alleen als hij de middelen ervoor krijgt.

Duidelijk wordt dat Hitler al in 1938 de Italianen niet echt vertrouwt. Belangrijke stappen worden pas achteraf gedeeld met de ‘bondgenoot’, als ze een voldongen feit zijn. Mussolini wil zelf misschien wel meedoen, maar een belangrijke speler als zijn zwager en minister van Buitenlandse Zaken Galeazzo Ciano is anti-Duits, soms openlijk. Er wordt geschermd met omfloerste formuleringen: Italië wil ,,de reserve’’ van Duitsland zijn. ,,Niet met Duitsland, niet voor Duitsland, maar naast Duitsland.” Pas als de Duitsers in mei 1940 Nederland, België en Frankrijk omver lopen, besluit Mussolini dat het tijd is om ook de oorlog te verklaren.

Scurati stelt vast:

De zekere Duitse overwinning, daarop en op niets anders heeft Benito Mussolini zijn beslissing tot de oorlog gebaseerd. Geen andere overweging telt: dit is het zo lang verbeide moment om te kunnen winnen zonder te hoeven vechten.

Nog enkele citaten:

[Toegeschreven aan Mussolini:] ‘Als ik zeg dat Zwitserland het enige land is dat democratisch kan zijn, dan denken ze dat het een compliment in plaats van een grove belediging is. Alsof je tegen iemand zegt dat hij alleen maar een bultenaar en een eunuch kan zijn. Alleen een laf, lelijk, onbeduidend land kan democratisch zijn. Een sterk, heldhaftig volk streeft naar aristocratie.’

De Duce trekt minachtend van leer tegen een ‘opzettelijk ontrouw’ Italië, dat ‘weloverwogen zijn beloften’ verraadt, een land dat al eeuwen is vergiftigd met politieke draaierij, kronkelwegen, hinderlagen, een Italië dat tegen Europa lijkt te zeggen: ‘Vertrouw ons niet, Italië is een levende leugen.’ De criticus spreekt opgewonden, woedend, eenzaam. Niet de Fransen, Engelsen of Duitsers zijn de tegenstander, maar zijn eigen volk, waarvan hij zo graag de aard had willen hervormen, en nu hij heeft gefaald, zou hij de geschiedenis naar eigen believen over willen doen.

Italië kan niet neutraal blijven, tenzij het zichzelf verlaagt tot een derderangsland, en nog minder van front veranderen: dan zou het alleen tegen Duitsland moeten vechten.

(A)lleen in het geval van een complete vernietiging van de vijandelijke troepen door de Duitsers zou er een Italiaanse interventie geriskeerd kunnen worden.

[Over de situatie eind april 1940:] Aan Mussolini’s vastberadenheid draagt ook het onverwachts oplevende enthousiasme van de Italiaanse publieke opinie bij. Na de zoveelste militaire triomf van de Duitsers in Noorwegen geeft dit Latijnse volk zonder eigen wil, hopeloos passief, alleen in staat tot algehele moedeloosheid, tot vertwijfelde scepsis omtrent de directe toekomst, aangestoken door het vooruitzicht van een gemakkelijke, zekere overwinning in het kielzog van de bondgenoten signalen af dat het ook weer niet zo erg gekant is tegen het idee om de tempel van Janus open te gooien. De oorlog is opeens niet zo angstwekkend meer. Benito Mussolini lijkt zich niet te verbazen over deze omgeslagen stemming bij zijn landgenoten: ‘Het volk is een hoer en gaat mee met de vent die wint,’ oordeelt hij.

Wat vind ik van dit boek?

Het is een fenomenale prestatie dat je na al die bibliotheken vol literatuur over de Tweede Wereldoorlog nog zo’n prachtige reeks boeken kunt schrijven. Scurati mengt literatuur en geschiedenis op een fascinerende manier. Bijna nooit krijg je het gevoel dat hij gedachten en gevoelens projecteert, meestal laat hij de bron zien aan het eind van zijn hoofdstukje. In het tweede deel van deze reeks, M. De man van de voorzienigheid, werkte dat iets minder goed, daar stonden wel erg veel saaie feitjes in over de militaire acties in Afrika. Maar in het derde deel strooit Scurati weer met details die zijn schets van opportunisme en een bijna delirisch waanidee van Italiës plaats in de wereld invullen.

Neem de ijdele minister Ciano, getrouwd met Mussolini’s promiscue dochter Edna: als die in mei 1939 naar Berlijn is afgereisd om het Pact van Staal te ondertekenen, de officiële alliantie tussen Duitsland en Italië, laat hij na daarin bepalingen vast te leggen die voor Italië essentieel zijn. Het galadiner, dat was belangrijk. Ciano vond Hitler bij dat diner ,,minder agressief, wat ouder geworden’’. Maar al twee dagen later besprak Hitler zijn invasieplannen voor Polen, en hij drukte zijn staf geheimhouding op het hart: ,,De aanval moet vooral ook geheim blijven voor de Italiaanse bondgenoot, die zich de vorige nacht schaamteloos heeft overgegeven aan de hoeren van Salon Kitty.’’ Het zijn dit soort details over de franje van de toenmalige diplomatie die van Scurati’s derde deel onweerstaanbare lectuur maken.

Over dit boek

Antonio Scurati – M. De laatste dagen van Europa, ISBN 9789463811927, 413 pagina’s
Oorspronkelijke titel: M. Gli ultimi giorni dell’Europa
Vertaald door Jan van der Haar
Uitgegeven door: Podium
Prijs 24,99, e-book 11,99

Ik besteed op dit blog regelmatig aandacht aan wat er verschijnt in Nederland aan vertaalde Italiaanse boeken en boeken over Italië. Eerdere recensies gingen over Giovanna Giordano – Een magische vlucht; Mauro Corona – Het leven van Celio; Mario Giordano – Terra di Sicilia: de terugkeer van de patriarchGianfranco Calligarich – In de omhelzing van de rivierSimonetta Agnello Hornby – Bittere koffie; Giovanna Giordano – De geur van de vrijheid; Elena Ferrante – In de marge; Mauro Corona – Als een steen in de stroom; Simona Lo Iacono – De albatros; Nicola Lagioia – Stad van de levenden; Paolo Cognetti – Het geluk van de wolf; Fik Meijer – De vele gezichten van Sicilië; Ilaria Tuti – Bloemen van steen; en Raffaella Romagnolo – Antonio’s oog. Zijn er andere thema’s waarover je hier graag zou lezen? Neem contact op

2 gedachten over “Hoe Mussolini Italië de oorlog in sleepte”

  1. Hans Wansink

    Ik ben het met deze aanbeveling van Marc van harte eens.
    Scurati levert met deel 3 een belangrijke en zeer leesbare bijdrage aan de literatuur over het ontstaan van WO2.
    Goed te lezen zonder deel 1, maar nog beter is het om deel 1, over de opkomst van M als uitvloeisel van WO1, er ook bij te pakken.

  2. Beste Marc Leijendekker,

    Het kost me geen enkele moeite om je oordeel over het oeuvre van Scurati’s M. te onderschrijven. Wel heb ik een vraag over dit derde deel.

    Scurati gaf zijn boek de titel Mussolini. De laatste dagen van Europa. Maar waar zijn ‘de laatste dagen van Ethiopië’ gebleven? Waarom heeft de auteur deze vernietigingsoorlog in de Hoorn van Afrika op enkele zinnetjes na, achterwege gelaten? Dit land mag dan geografisch buiten Europa liggen, het stond centraal in de geschiedenis van het gewelddadige Italiaanse fascisme.

    In het tweede deel van de Mussolini-tetralogie, M. De man van de voorzienigheid, wijdde Scurati tientallen doorwrochte pagina’s aan de koloniale oorlog in Libië. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de auteur dit veel omvangrijkere, Ethiopische drama wilde bagatelliseren of dat hij kampte met amnesie.
    Is het daarom niet verbazingwekkend dat in een werk van een monumentale omvang (ca. 1800 pagina) uitgerekend de door Mussolini ontketende aanvalsoorlog tegen Ethiopië amper vermeldenswaard geacht wordt?

    Deze omissie springt des te meer in het oog omdat Antonio Scurati voor het overige blijk heeft gegeven van een gedegen onderzoek in licht ironische en gevoelvolle stijl die weinigen gegeven is.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *