Italië is het land met het belangrijkste nationale songfestival ter wereld. Hier werden de muzieknotatie en de piano uitgevonden, hier zat de beste vioolbouwer, hier is de opera ontstaan. De meest gebruikte manier om in klassieke muziek tempo of gevoel aan te geven, is aan de hand van Italiaanse woorden: andante of presto, portato of vivace. ,,Italië is muziek, muziek is Italië”, schrijft Miriam Bunnik in haar onlangs uitgekomen boek Vivaldi en Volare. ,,Zowat de hele West-Europese muziekgeschiedenis [is] schatplichtig aan Italië.”
Wie is de auteur

Miriam Bunnik werkt als tolk/vertaler en docent Italiaans. Ze woont in Rotterdam, maar komt regelmatig in Italië – haar man komt uit Genua. In 2021 kwam haar eerste boek uit: Koffiebars en carabinieri. Een ander boek over Italië.
Op haar website schrijft ze over het leven in twee culturen: ,, Ik worstel tussen twee totaal verschillende werelden: warm versus koud, emotioneel versus nuchter, chaotisch versus strak geregeld.’’ Ze vertaalde ook eerder op dit blog besproken boeken van Giovanna Giordano en Simona Lo Iacono.
Waar gaat Vivaldi en volare over?
Over veel verschillende aspecten van muziek. Bunnik reist door Italië en pakt per hoofdstuk één thema uit. Instrumenten, notenschrift, lokale tradities, beroemde artiesten en componisten, het volkslied, filmmuziek, noem maar op. Zo kom je te weten dat de vader van Galileo Galilei, een luitspeler, met zijn pleidooi voor eenstemmig gezang in plaats van de toen ‘modern’ geworden polyfonie, voor tekst die je kon verstaan, een fundament heeft gelegd voor de aria’s in een opera. En krijg je een antwoord op een vraag die je jezelf misschien nooit hebt gesteld – ik in ieder geval niet: waarom hebben we het eigenlijk over do-re-mi-fa-sol? Overigens zijn de paar moderne zangers die een apart hoofdstuk hebben gekregen, zoals Fabrizio De André en Lucio Dalla, inmiddels ook klassiekers geworden in hun genre.
Enkele citaten
Over de tekst van de klassieker ‘Volare’, gezongen door Domenico Modugno: het verhaal gaat dat zijn tekstschrijver en vriend Franco Migliacci het op een avond flink op een zuipen heeft gezet.
Hij valt in slaap en wanneer hij na een onrustige slaap vol rare dromen wakker wordt, valt zijn oog op een reproductie van Marc Chagalls Le coq rouge dans la nuit, een schilderij met allerlei tinten blauw vol symboliek rondom de nacht en de dromen. In een soort psychedelische staat schrijft hij de eerste woorden: Di blu mi sono dipinto per intonarmi al cielo e lassù nel firmamento volare verso il sole, ik heb mezelf blauw geschilderd zodat ik bij de hemel kleur en daarboven in het hemelgewelf richting de zon kan vliegen…
Over de vraag waarom muziek zo belangrijk is in Italië:
De kerk heeft een enorm grote rol gespeeld in de ontwikkeling van de westerse cultuur. Zij was het middelpunt van de samenleving, de plek waaromheen het sociale leven zich concentreerde. De meeste kunst verbeeldde bijbelse taferelen, muziek diende de religieuze riten en werd gespeeld en gezongen in de kerk. Vivaldi ontwikkelde zijn talent in de kerk, Pavarotti begon met zingen in een kerkkoor.
Een sterke scheiding tussen arm en rijk en het feit dat Italië eeuwenlang een agrarisch land was, hebben gezorgd voor een grote traditie aan volksmuziek. Boeren, herders en hardwerkende arbeiders van noord tot zuid zochten vaak hun heil in de muziek, waarmee ze uiting gaven aan de beslommeringen van hun dagelijks leven. In het noorden vind je daarbij vooral Keltische en Slavische invloeden en koorgezang, terwijl het zuiden zich kenmerkt door monodieën met Griekse, Arabische en Afrikaanse klanken.
Met name het noorden van Italië was een grote warboel van kleine stadstaten, koninkrijken en hertogdommen. Al die graven, koningen en hertogen wilden elkaar de loef afsteken. Ze hadden geld, en gaven dat graag uit aan muziekgezelschappen en componisten om te laten zien hoe welvarend ze waren.
Wat vind ik van dit boek?
Bunnik schrijft in haar eerste hoofdstuk dat er zo veel te vertellen is, dat ze moest kiezen, en zich daarbij heeft laten leiden door haar persoonlijke smaak (begonnen met Laura Pausini). Verwacht geen volledig overzicht, er staat veel niet in. Verwacht evenmin een uitgebreide uitwerking van al de thema’s die ze voorbij laat komen. Het zijn relatief korte hoofdstukjes, waarbij de lezer ook de naam van het hotel te horen krijgt, de haarkleur van de mensen met wie ze spreekt, of dat ze na een afspraak tortellini heeft gegeten – niet of ze lekker waren, trouwens. Die persoonlijke reportage-elementen hadden van mij niet gehoeven, vaak had ik liever nog wat meer details over het thema van het betreffende hoofdstuk gelezen.
Maar dat zijn details. Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Het is soepel en toegankelijk, vaak speels geschreven. De keuze voor een bepaald thema is soms voorspelbaar, maar vaker verrassend. Zo gaat ze naar een tarantella-feest in Puglia, vertelt over de traditie van zingende herders in Sardinië, en gaat ze binnen bij het rusthuis dat Verdi in Milaan liet bouwen voor gepensioneerde musici met weinig geld – nog steeds kunnen mensen daar terecht. In één zin: een leuk en onderhoudend boek. En niet alleen voor mensen die op zoek zijn naar het Italië-gevoel.
Afspeellijst
Nog wel een kleine opmerking. Helemaal achterin, op pagina 268, staat een QR-code naar een afspeellijst op Spotify. Had die code nou toch vooraan gezet. Dan had ik meteen kunnen luisteren of ik ook de riemen van de gondel in het water hoor slaan bij Vivaldi’s Flautino Concerto (helaas niet, ik hoorde gewoon een basso continuo). Dan lees je het boek misschien minder snel, maar was het ook een multimediale ervaring geworden. Nog leuker.
Toen ik bij die afspeellijst was aangekomen, ben ik terug gaan bladeren. Bunnik schrijft over Sardijnse herders die vroeger a capella zongen, met als begeleiding betekenisloze klanken. Zo wordt als een soort bas de lage tonen het loeien van een koe nagedaan, en wat hoger in het register het geblaat van een schaap. Hoe zou dat klinken? Helaas was nu juist dat nummer op de afspeellijst niet meer beschikbaar. Maar op YouTube kan je wel vinden hoe dat klinkt.
Praktische informatie:
Miriam Bunnik – Vivaldi en Volare
ISBN 9789028452121, 272 pagina’s
Uitgegeven door Nieuw Amsterdam
Prijs 20,99 euro, e-book 9,99
Eerdere recensies
Ik besteed op dit blog regelmatig aandacht aan wat er verschijnt in Nederland aan vertaalde Italiaanse boeken en boeken over Italië. Eerdere recensies gingen over Ross King – De kortste geschiedenis van Italië; Antonio Scurati – M. De laatste dagen van Europa; Giovanna Giordano – Een magische vlucht; Mauro Corona – Het leven van Celio; Mario Giordano – Terra di Sicilia: de terugkeer van de patriarch; Gianfranco Calligarich – In de omhelzing van de rivier; Simonetta Agnello Hornby – Bittere koffie; Giovanna Giordano – De geur van de vrijheid; Elena Ferrante – In de marge; Mauro Corona – Als een steen in de stroom; Simona Lo Iacono – De albatros; Nicola Lagioia – Stad van de levenden; Paolo Cognetti – Het geluk van de wolf; Fik Meijer – De vele gezichten van Sicilië; Ilaria Tuti – Bloemen van steen; en Raffaella Romagnolo – Antonio’s oog.
Zijn er andere thema’s waarover je hier graag zou lezen? Neem contact op
