Onzeker en bang Italië staat voor nieuw experiment

Als je van een afstand naar Italië kijkt, boven de stofwolken van de verkiezingscampagne uit, blijf je met een enorme vraag zitten. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Drie maanden geleden is Mario Draghi degene in wie Italianen het meest vertrouwen hebben. En nu voorspellen de peilingen een verkiezingszege van de vrouw die de enige oppositiepartij tegen Draghi leidde. Twee partijen die Draghi halfslachtig steunden en de eerste kans aangrepen om hem te laten vallen, maken zich samen met Meloni op voor regeringsmacht.

Hoe kan dat?

Een snel antwoord: je kan niet op Draghi stemmen. Hij is geen kandidaat, heeft zich niet aan een partij gebonden, en heeft ook aangegeven dat het wat hem betreft wel genoeg is geweest. Daarbij, er zijn genoeg Italianen, links en rechts, die zeggen dat het tijd wordt dat de kiezers eindelijk weer zelf bepalen wie premier wordt. Sinds 2011 zijn er zeven kabinetten geweest, met steeds premiers die, om welke reden dan ook, niet als partijleider de verkiezingen in waren gegaan.

Onzekerheid in een kwetsbaar land

Maar er zit veel meer achter. Net als elders in Europa heeft de opeenstapeling van crises Italianen onzeker gemaakt en bang voor de toekomst. Corona: dagelijks tientallen doden en mensen die zonder werk kwamen te zitten, winkels en fabrieken in de problemen, kinderen die geen onderwijs krijgen. Oekraïne: oorlog in Europa, vluchtelingen, duur graan en bijna geen zonnebloemolie. Torenhoge energieprijzen: weer mensen zonder werk en de economie in problemen. Inflatie: kan ik mijn boodschappen nog betalen?

Die crises hebben, ieder op een eigen manier, de kwetsbaarheid van Italië blootgelegd, het enorme achterstallige onderhoud op veel onderdelen. De kiezer zoekt bescherming. De armoede neemt toe – in een land, laten we dat niet vergeten, waar de inkomens de afgelopen twintig jaar niet of nauwelijks zijn gestegen.

Het gaat, even tussendoor, om crises die internationaal zijn, gezamenlijk internationaal optreden vragen en alleen door samenwerking tussen landen aangepakt kunnen worden. En dan heb ik het nog niet eens over klimaat gehad, een thema dat in de campagne niet veel aandacht heeft kregen. Maar paradoxaal genoeg steunt een groot aantal kiezers nu de twee grote partijen op rechts die het liefst een hek om Italië willen zetten. Laat de wereld ons met rust laten. We regelen onze eigen zaakjes wel.

Weer een politieke aardverschuiving

Alsof dat kan. Een voorbeeld van dat onbestemde gevoel van onbehagen is een uitspraak van de beroemde chef Gianfranco Vissani. Uit frustratie over de torenhoge elektriciteitsrekening van zijn restaurants riep hij uit: ,,Als ze willen dat we sluiten, laat ze dat dan zeggen.’’ Maar wie zijn ‘ze’?

Die kwetsbaarheid, onzekerheid en behoefte aan bescherming vermengen zich met de nog steeds wijdverbreide scepsis over politieke plucheplakkers. Anderhalf jaar Draghi heeft de onvrede over de politieke klasse niet kunnen wegnemen. Misschien zelfs in zekere zin versterkt: zo kan het dus ook. En dan klinkt ‘nieuw’ nog steeds aanlokkelijk.

Mijn kapper in Rome, die al decennia moppert over politici, zei het zo. ,,Meloni heeft nog nooit de kans gekregen om te laten zien wat ze kan. Ze is consequent en zwalkt niet. Ze prepareert zich goed en kent haar zaakjes’’ – Meloni geldt als een dossiervreter. De kapper wilde niet zeggen op wie hij ging stemmen. Dat was ook niet nodig.

En zo komt het dat een partijtje dat vier jaar geleden maar 4,3 procent van de stemmen kreeg, volgens de peilingen nu de grootste partij wordt. Meloni’s Fratelli d’Italia staat in de laatste openbare peiling, bijna twee weken geleden, op een kwart van de stemmen. Er komt weer een politieke aardverschuiving aan. Net als in 2013, toen de Vijfsterren uit het nieuws ineens een kwart van de stemmen kreeg. Of in 2018, toen de Vijfsterren doorgroeiden naar 32 procent en de Lega van 4 naar 17 procent steeg.

Op een muurschildering in Rome verbeeldt straatkunstenaar Harry Greb Meloni als een duistere figuur die Doornroosje/Italië een (giftige?) appel aanbiedt. Onder Doornroosjes rokken schuilen andere politieke leiders.

Binnenstebuiten keren

En die geur van neofascisme dan? Ach. Het is voor de meeste Italianen wel erg lang geleden dat Mussolini de macht greep – komende maand precies honderd jaar. En bovendien hebben Italianen de scheidslijn tussen voor en na minder scherp getrokken dan de Duitsers. Google Translate kent geen Italiaans woord voor Vergangenheitsbewältigung – de poging om in het reine te komen met het verleden. Er is nooit schoon schip gemaakt. Er waren immers veel passieve meelopers en Italië heeft toch ook twee jaar gekend van verzet tegen de nazi-bezetter en zijn fascistische marionetten. Overigens hebben ook de winnaars moeite gehad om hun eigen verleden onder ogen te zien. Het heeft tot in de jaren negentig geduurd voordat er aandacht kwam voor de massamoorden op etnische Italianen door Joegoslavische partizanen, waarbij de lijken vaak werden gedumpt in een foibe, een smalle diepe kloof in het karstgebergte in het noordoosten.

Zoals gesteld in een eerder blog: de zwarthemden komen niet terug. Meloni verzet zich LGTB+, politiek correct denken, links in het algemeen. Ze waarschuwt voor islamisering van Europa, verdedigt het traditionele gezin, ziet internationale complotten en zegt dat main stream media nepnieuws verspreiden. Daar horen wél vraagtekens bij. Hoe wil ze die opvattingen in de praktijk gaan uitwerken? Hoort dat ook bij haar voornemen om ,,Italië als een sok binnenstebuiten te keren”?

En dan Europa. Meloni weet dat haar speelruimte beperkt is. Ze wil ,,minder Europa’’. Maar Italië kan niet op ramkoers met Brussel gaan liggen omdat het de bescherming van de Europese Centrale Bank tegen speculatie nodig heeft. Daarom is Meloni ook voorzichtig in haar financiële plannen. Salvini wil in een reactie op de dure energie meer geld uitgeven om mensen te compenseren. Meloni zegt dat er steun nodig is, maar dan binnen de begroting, en niet door nog meer te gaan lenen. Maar een van haar belangrijkste vrienden is wel de Hongaarse leider Victor Orbán. Een nieuw nationalistisch blok van Polen, Hongarije en Italië, met misschien Tsjechië en Slowakije erbij, zou de verhoudingen in Europa volledig veranderen.

Samengevat

Er zijn, al met al, redenen genoeg om goed naar de Italiaanse verkiezingen te kijken. In essentie lijkt een groot aantal Italianen, bang, ongerust, te kiezen voor een nieuw experiment. In een tijd van meervoudige crises is dat iets om je grote zorgen over te maken.

De verkiezingen van 25 september

Dit artikel is onderdeel van een reeks blogs in de aanloop naar de verkiezingen van 25 september. Ik begon met de belangrijkste stromingen: de Vijfsterrenbeweging, het nieuwe centrum, de Democratische Partij, en de voorspelde winnaar: het rechtse blok. Ook uitleg waarom de Italiaanse kiezer minder kan kiezen dan hij of zij zou willen. Vorige week schreef ik over de rol van de kerk in de campagne, de twijfels bij vrouwen over de mogelijkheid dat een vrouw premier wordt, de noodzaak van beter en meer onderwijs, en het gevoel van jongeren dat hun problemen onderbelicht blijven. Eerder deze week schreef ik over Rusland en over de Europese Unie, en over de vraag in hoeverre de neofascistische wortels van Meloni een bedreiging voor de democratie vormen. .
Heeft u specifieke vragen?  Neem contact op, dan zal ik daar in een van de komende blogs op ingaan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.