Over geloof en wetenschap, en altijd vragen blijven stellen

Het komt niet zo vaak voor dat een witte bladzijde de beste manier is om de kern van een boodschap over te brengen. Toch is dat zo met de blanco pagina midden in een  opschrijfboekje van Georges Lemaître. De naam is minder bekend, maar zijn belangrijkste gedachte wel. Deze hoogleraar uit Leuven formuleerde in 1927 als eerste de theorie dat het heelal is ontstaan uit een oerknal, een Big Bang.

In het achterste gedeelte van zijn opschrijfboekje staan allerlei wiskundige formules die daarmee te maken hebben. En voorin, vóór de witte bladzijde in het midden, staan aantekeningen van een retraite. Lemaître was niet alleen een prominent astronoom en wiskundige, maar ook katholieke priester. En voor hem konden zijn geloof en zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid probleemloos naast elkaar bestaan. In zijn werk, en in zijn notitieboekje. Hij zei eens in een interview: ,,Als je eenmaal ziet dat de Bijbel geen wetenschappelijk tekstboek tracht te zijn, verdwijnt de oude controverse tussen religie en wetenschap.’’

Pagina’s uit het notitieboekje van Lemaître, met astronomische formules en religieuze bespiegelingen

Dat is de leidraad van de tentoonstelling ,,De schepping van de wetenschap’’ in het Museum Catharijneconvent in Utrecht – te zien t/m 2 juni. Die brengt in kaart hoe geloof en wetenschap soms hand in hand zijn gegaan en soms fel botsten. Dat gebeurt aan de hand van heel veel voorwerpen en boeken die allemaal een eigen verhaal vertellen. Om te voorkomen dat een deel van die fascinerende verhalen verloren gaat, is het handig is om de audiotour te nemen.

Het tweede boek van God

Het bekendste voorbeeld van zo’n botsing is de veroordeling van Galileo Galilei. Die kreeg in 1632 als 69-jarige levenslang huisarrest kreeg omdat hij bleef roepen dat uit Copernicus’ berekeningen uit 1543 onomstotelijk vaststond dat de aarde om de zon draaide, en niet andersom. De Inquisiteurs in het Vaticaan waren nog niet toe aan het idee dat er een verschil kan zijn tussen hoe je in de hemel komt (waarvoor je bijbelteksten zou kunnen gebruiken) en hoe de hemel beweegt.

Maar tegelijkertijd deed het Vaticaan daar zelf veel onderzoek naar. In 1582 stelt paus Gregorius XIII op basis van astronomische observaties een nieuwe kalender in. De oude ´Juliaanse’ tijdrekening, ingevoerd door de Romeinse keizer Julius Caesar, liep per jaar elf minuten voor op de werkelijke tijd die de aarde nodig heeft om een baan om de zon te beschrijven. Na Gregorius kwamen er verscheidene sterrenwachten binnen het Vaticaan voor verdere studie.

Geloof heeft ook een rol gespeeld bij veel onderzoek naar de anatomie van het menselijk lichaam en naar de natuur. Hoe zit de mens, de kroon der schepping volgens de Bijbel, eigenlijk in elkaar? En ja, de Bijbel is het belangrijkste boek voor christelijke gelovigen. Maar moeten we de natuur niet beschouwen als het ‘tweede boek van God’, en die uitgebreid en zorgvuldig gaan bestuderen, zoals de achttiende-eeuwse protestantse predikant Jan Floris Martinet bepleitte? Om op die manier beter de hand van God te zien in de schepping?

Dat was een argument om bijvoorbeeld ook insecten uitgebreid te gaan bestuderen – nog in de middeleeuwen werden veel insecten beschouwd als instrumenten van de duivel. Een tijdgenoot van Martinet, de zeventiende-eeuwse bioloog Johannes van Swammerdam, schreef over zijn onderzoek naar een luis: ,,Ik presenteer u hier de almachtige vinger Gods in de anatomie van een luis.’

Vooroordelen nuanceren

Voor veel geleerden is er eeuwenlang geen conflict geweest tussen geloof en empirisch onderzoek, vertelt de curator van de tentoonstelling, Lieke Wijnia. ,,Ons doel bij deze tentoonstelling is de  vooroordelen die leven over religie en wetenschappen te proberen, te nuanceren.’’

De hierboven genoemde Swammerdam heeft overigens wel een tijd getwijfeld. Hij heeft zijn onderzoek een aantal maanden stilgelegd nadat een zieneres hem voorgehouden had dat proberen de wonderen der schepping te doorgronden, hoe godsvruchtig ook, in wezen een teken is van verwerpelijke aardse ijdelheid.

Eigenlijk kwamen vooral degenen die vasthielden aan een vrij letterlijke interpretatie van de bijbel, in de problemen. Dan leidden nieuwe ontdekkingen tot vragen. Zaten er ook houtwormen in de Ark van Noach? Als er dieren zijn uitgestorven, waren dat dan mislukte schepsels? Zijn insecten ook schepselen van God, of toch, zoals in de Middeleeuwen is gedacht, instrumenten van de duivel?

Ongelovige Thomas stelde wel vragen

Het spanningsveld tussen geloof en wetenschap komt op veel manieren aan de orde op deze boeiende tentoonstelling. Die gaat over het heelal en de medische wetenschap, over fossielen en de wereld van planten en dieren. Bij een aantal momenten is ook gekozen voor moderne kunst om het thema reliëf te geven. Maar verwacht geen verwijzingen naar gelovigen die nu, tegen beter weten in, vasthouden aan een vrij letterlijke interpretatie van de Bijbel en bijvoorbeeld de evolutietheorie afwijzen. Wat de tentoonstelling goed laat zien, is hoe eeuwenlang geloof en wat nu als wetenschappelijke nieuwsgierigheid zou worden aangeduid, hand in hand zijn gegaan.

Ik zal de komende dagen drie ‘verhalen’ er apart uit lichten voor dit blog. Verhalen over eeuwig delende cellen. Over de zoektocht naar de hemel door het Vaticaan. En over de vraag waarom zeven studentes medicijnen poseerden als in een schilderij van Rembrandt. Voor nu wil ik besluiten met een thema waar de tentoonstelling mee begint.

De ongelovige Thomas, door Hendrick ter Brugghem (1622)

We zien een groot schilderij dat is gewijd aan het bijbelverhaal over de ongelovige Thomas Deze apostel had verteld dat hij pas zou geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan als hij zijn vinger in zijn wonden zou kunnen leggen. Een week later, zo gaat het verhaal, verschijnt Jezus aan Thomas en nodigt hem uit zijn vinger in de wond in zijn zijde te leggen.

Op het schilderij doet Thomas dat. Twee mannen staan ernaast. Een van hen heeft de ogen dicht, de andere kijkt ergens anders naar. ,,Die twee hebben geen vragen’’, zegt curator Wijnia – zelfs overigens niet gelovig. ,,Thomas heeft wel vragen. Deze tentoonstelling gaat over wetenschap, religie en ook wat hedendaagse kunst. Die drie hebben een verbindende schakel, dat is de verbeelding. Het gaat over onbegane paden, nieuwe vragen en antwoorden, en wat dat met je doet.  Het is belangrijk om vragen te blijven stellen. Altijd.’’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *