Naar de sterrenwacht waar het Vaticaan de hemel afspeurt

Je zou het niet meteen denken, maar het Vaticaan heeft eeuwenlang een prominente rol gespeeld bij de ontdekking van de hemel – in astronomische zin dan. Neem de eerste kleurenfoto van de groene flash vlak voordat de zon ondergaat. Die is in 1960  gemaakt vanuit de pauselijke sterrenwacht in Castel Gandolfo, net bij de Rome. En als je daar nu vraagt, half serieus half plagend, hoe het dan zit met de hemel en de engelen en zo, krijg je als antwoord: ,,We zijn nu slimmer’’ dan in de tijd dat mensen geloofden dat de Bijbel een wetenschappelijk boek is.

De kiem voor het onderzoek van de sterren is gelegd door paus Gregorius XIII, die werd gekozen in 1572. Hij gaf opdracht tot systematisch astronomisch onderzoek. Daartoe liet hij op een van de gebouwen van het Vaticaan een speciale toren bouwen, later de ‘Toren van de winden’ genoemd. Hier werd het beste van het toenmalige beste neergezet om de loop van maan en planeten te bestuderen.

Een nieuwe kalender

Gregorius wilde zo een lastig probleem oplossen: de kalenders klopten niet meer. Eeuwenlang was de tijdsrekening gebaseerd geweest op de Juliaanse kalender uit het jaar 46 vóór Christus, vernoemd naar keizer Julius Caesar. Maar dat Juliaanse jaar duurde te lang. Niet veel, zo’n elf minuten langer dan de jaarlijkse baan om de zoon duurt. Maar over de eeuwen heen tikte dat aan. Vooral voor de vraag wanneer het nu precies Pasen is, werd dat een steeds groter probleem.

Op  basis van de berekeningen van zijn sterrenkundigen kondigde Gregorius in 1582 een nieuwe tijdsrekening aan – hier een gedetailleerde uitleg. Dat is de Gregoriaanse kalender, die we nu nog steeds gebruiken – al waren protestanten aanvankelijk vol wantrouwen tegen deze katholieke nieuwlichterij. Zo hadden hadden protestantse landen als Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland meer dan een eeuw nodig om hun aarzelingen te overwinnen.

Hierna zijn er door de eeuwen heen steeds nieuwe observatoria bijgebouwd in het Vaticaan. Op de luchtfoto hieronder uit de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de brede via della Conciliazione van de rivier de Tiber naar de Sint Pieter nog moest worden aangelegd, zijn zes punten gemarkeerd waar toen telescopen stonden of hebben gestaan.

Telescopen in het Vaticaan. Nummer 6 verwijst naar de ‘Toren van de winden’, nummer 1 naar de Torre Leonina

Van het Vaticaan naar Castel Gandolfo naar Mount Graham

In 1941 is de Vaticaanse sterrenwacht verplaatst naar een heuvel bij Castel Gandolfo, het stadje waar ook het buitenverblijf van de paus is. In Rome was er te veel licht voor zinvol astronomisch onderzoek.

De Vaticaanse astronoom  Giuseppe Lais (1845-1921) aan het werk in de Torre Leonina in het Vaticaan, waar tot 1941 de telescoop stond die werd gebruikt bij het wereldwijde project Carte du Ciel.

Jezuïeten hebben een grote rol gespeeld binnen de pauselijke sterrenwacht. Zo was de Nederlandse pater Johan Stein van 1930 tot aan zijn dood in 1951 directeur van de sterrenwacht – en hij was ook degenen die de gebouwen in de Tweede Wereldoorlog openstelde voor duizenden vluchtelingen. Naar Stein is een krater op de maan vernoemd, en tientallen asteroïden ontlenen hun naam aan een jezuïeten-astronoom.

Nu wordt het belangrijkste pauselijke onderzoek gedaan in de buurt van Tuscon, Arizona. Daar heeft het Vaticaan in 1987 op bijna 3200 meter hoogte, op Mount Graham, een zeer geavanceerde telescoop geïnstalleerd, in samenwerking met de universiteit van Arizona. Qua mankracht en mogelijkheden zijn andere instituten het Vaticaan op dit punt voorbijgestreefd – het hemelonderzoek van het Vaticaan wordt gefinancierd uit giften van particulieren. Maar, zegt Gabriele Gionti, we zijn met minder, maar we kunnen meer in rust ons onderzoek doen en hebben niet de publicatiedwang die je elders ziet.

De sterrenwacht op Mount Graham in Arizona (foto Vatican Observatory)

Gionti leidt met plezier een groepje journalisten rond op de sterrenwacht in Castel Gandolfo. Langs de oude telescopen die nu niet meer serieus in gebruik zijn. Langs de foto’s van bijvoorbeeld paus Paulus VI die achter een telescoop hier op 16 j7uli 1969 de eerste maanlanding volgde.

Slechte theologie en slechte wetenschap

Gionti is gespecialiseerd in quantummechanica, maar weet dat vragen over de relatie tussen geloof en wetenschap onvermijdelijk zijn. Hij ervaart de twee niet als tegenstrijdig. ,,Geloof gaat over zingeving, moraal, bewustzijn, theologische vragen als: waarom zijn we hier. Bij wetenschappelijke vraagstukken heb je God niet nodig.’’

Hij herinnert aan de Russische astronauten die meesmuilend zeiden op hun ruimtereis dat ze God niet waren tegengekomen. Of aan de Amerikaanse bemanning van de Apollo 8 die op hun omwentelingen de eerste verzen van het scheppingsverhaal uit het Bijbelboek Genesis voorlazen. Symbolisch allebei, maar als astronoom die probeert te begrijpen hoe het heelal in elkaar zit, heb je er niets aan.

Gionti heeft ook weinig op met gelovigen die, met een variant op Genesis, zeggen dat God ook met de oerknal de wereld kan hebben geschapen. ,,We weten nog weinig over het begin van die big bang, maar dan moeten we niet, omdat we het niet weten, zeggen dat God het heeft gedaan. Dat is slechte theologie en slechte wetenschap. Als we iets niet begrijpen, moeten we niet God gebruiken om de gaten in onze kennis op te vullen. Zo’n god van de gaten maskeert simpelweg onze onwetendheid.’’

Gabriele Gionti bij de oude telescoop in de sterrenwacht in Castel Gandolfo
(Foto Marc Leijendekker)

Galileo Galilei

Dat zou een mooi citaat zijn geweest om dit blog af te sluiten. Maar als het over de katholieke kerk en de sterrenhemel gaan, kun je natuurlijk niet om Galileo Galilei heen. Het Vaticaan begon in 1633 een proces tegen hem – Galilei was toen 69 jaar oud. Hij werd veroordeeld wegens ketterij en kreeg voor de rest van zijn leven huisarrest. Galilei overleed in 1642.

Hij was niet de eerste die had berekend dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Al in 1542 had de Poolse/Duitse geleerde Nicolaus Copernicus zijn boek gepubliceerd met wiskundige modellen die bewezen dat de aarde om de zon draait. Sommige van die tabellen zijn overigens ook gebruikt voor het vaststellen van de nieuwe Gregoriaanse kalender.

Beginpagina van boek van Galileo Galilei

Het verschil tussen Copernicus en Galilei was dat Copernicus zijn bevindingen vooral presenteerde als ingewikkelde wiskunde. Galilei kon daar zijn observaties aan toevoegen met een instrument dat begin zeventiende eeuw was uitgevonden in Middelburg: een kijkertje om verre dingen naeby te sien. Een eerste kleine telescoop dus – op de tentoonstelling over geloof en wetenschap in Utrecht is er een te zien.

Een van de eerste telescopen. Deze komt uit Delft en is te zien op de tentoonstelling in Utrecht

Galilei, die vaak een spottende toon aansloeg, ging een paar stappen verder dan Copernicus met zijn wiskunde. Hij zei impliciet dat wie op basis van de Bijbel volhoudt dat de zon om de aarde draait, het bij het verkeerde eind heeft. Daar was de katholieke kerk toen nog lang niet aan toe.

Een soort bedrijfsongeval

Gionti en met hem andere wetenschappers in het Vaticaan benaderen de zaak-Galilei vooral als een bedrijfsongeval, mede veroorzaakt door korte lontjes van hem en de toenmalige paus Urbanus VIII. Voor wie meer in detail over deze visie wil weten, lees de samenvatting van de zaak-Galilei op de website van de Vaticaanse sterrenkundigen. Gionti: ,,Ook de zaak-Galilei is geen reden om te roepen dat geloof en wetenschap onverenigbaar zijn.’’ 

Sterrennevel geobserveerd vanaf Mount Graham (foto Vatican Observatory)

1 gedachte over “Naar de sterrenwacht waar het Vaticaan de hemel afspeurt”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *