De ‘Zeven van Edinburgh’: over vrouwen bij de anatomische les

Iedere filmliefhebber zal hebben gehoord van de Magnificent Seven, en misschien komen dan ook nog de Zeven Samoerai voorbij. Met aartsengelen wordt het wat ingewikkelder. In de joods-christelijke traditie zijn het er zeven, maar in de achtste eeuw heeft de paus er daar vier van geschrapt. Maar de ‘Zeven van Edinburgh’? Ik had er nog nooit van gehoord. Tot ik op de tentoonstelling over wetenschap en geloof in het Museum Catharijneconvent in Utrecht een foto zag die naar de Zeven van Edinburgh verwijst.

Achter die foto zit, zoals met veel wat er op die tentoonstelling te zien is, een heel verhaal. Het begint bij dokter Tulp, dokter Nicolaes Tulp. Op een wereldberoemd schilderij dat in het Mauritshuis in Den Haag hangt, heeft Rembrandt de anatomische les verbeeldt die de dokter in het jaar 1632 gaf ten overstaan van zeven collega’s uit het Amsterdamse chirurgijnengilde. Het was januari, want het was voor iedereen beter als het lijk zo koel mogelijk bleef.

De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp, door Rembrandt van Rijn. (Foto Mauritshuis)

Een speciaal ’theater’

Dat was in de Waag. Zestig jaar later werd dat gebouw op de Amsterdamse Nieuwmarkt zelfs zodanig verbouwd dat er een theater ontstond van waaruit mensen konden toekijken bij zo’n publieke ontleding. Vrijwel zeker is bij het ontwerp ervan gekeken naar het anatomische theater dat een eeuw eerder in Leiden was gebouwd, met cirkelvormige tribunes en in het midden een ontleedtafel. En dat was weer geïnspireerd op het eerste anatomische theater ter wereld dat een paar jaar daarvoor in het Italiaanse Padua was gebouwd.

Het anatomische theater in Padua
Anatomisch theater van de Universiteit Leiden, prentmaker Willem Isaacsz. van Swanenburg, naar tekening van Jan Cornelisz. van ‘t Woudt.

Die theaters en de openbare anatomische lessen die er een paar keer per jaar werden gegeven, illustreerden de dorst naar meer kennis over het menselijk lichaam. Maar niet alleen wetenschappelijke nieuwsgierigheid was de drijfveer. Bestudering van het lichaam van de mens was ook een manier om de schepping beter te begrijpen. Want voor gelovigen was de mens toch de kroon op de schepping.

Anatomisch onderzoek

In de klassieke oudheid mocht er niet gesneden worden in mensen. Eeuwenlang golden de observaties van de Griekse/Romeinse arts en filosoof Galenus de basis onder de anatomische kennis van geneesheren of wie zich daarvoor uitgaf. Maar Galenus baseerde zijn conclusies vooral op sectie van apen en varkens. De echte stap vooruit kwam pas in de zestiende eeuw, met de in Brussel geboren Andreas van Wesel – verlatiniseerd als Vesalius.

Een pagina uit een van de geïllustreerde anatomische boeken van Vesalius, uit 1543

Vesalius was een arts aan het hof van de machtige keizer Karel V. Hij was het die als eerste systematisch onderzoek begon te doen op dode mensen. Hij heeft daarvoor ook in Padua gewerkt. Vesalius, die een atlas van het menselijk lichaam publiceerde, wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne anatomie. En, een mooie illustratie van de tijdgeest en de groeiende belangstelling voor empirisch, observerend onderzoek in plaats van de meer theoretische natuurfilosofie: Vesalius begon zijn anatomische onderzoek in het jaar 1543. Dat is hetzelfde jaar waarin Copernicus de opzienbarende conclusie publiceerde over zijn wiskundige onderzoek naar het planetenstelsel. De zon draait niet om de aarde, maar andersom.

Alleen maar mannen

Terug naar de anatomie. Voor het tweede hoofdstuk in dit verhaal gaan we van Vesalius naar Edinburgh, midden negentiende eeuw. Denk nog even aan dokter Tulp en zijn chirurgijnen. Of kijk naar een ander schilderij over een anatomische les, dat van Michiel van Mierevelt, te zien op de tentoonstelling in Utrecht. Wat valt daarbij op? Het zijn alleen maar mannen.

Anatomische les van dr. Willem van der Meer. Door Michiel Jansz. van Mierevelt

En, even kort een zijlijn: op het schilderij van Van der Meer zijn twee boeken te zien. Een dichtgeslagen boek onder de hand van de man links voor. En een open boek met een van de tekeningen uit de atlas van Vesalius. Het eerste was niet meer nodig, het tweede was de bron van nieuwe, empirische kennis.

Terug naar de mannen op de schilderijen – google op ‘anatomische les’ en je vindt, op wat bewerkte afbeeldingen na, alleen maar schilderijen met mannen. Tot diep in de negentiende eeuw was er geen plaats voor vrouwen bij de opleidingen tot arts. In 1849 studeerde in de VS de eerste vrouwelijke arts af, maar Europa was nog niet zo ver.

Enorm veel weerstand

De Britse Sophia Jex-Blake vond dat daar verandering in moest komen. Ze had meegelopen met artsen in Boston en schreef zich in 1869 in aan de universiteit van Edinburgh. Ze moest daarbij veel weerstand overwinnen. Zo was een van de eisen voor toelating dat Jex-Blake aparte colleges moest organiseren en daarvoor andere vrouwelijke studenten moest zin te winnen. Via advertenties in onder andere The Scotsman en The Times wist ze een groep van zeven vrouwen te vormen. Ze slaagden alle zeven voor hun toelatingsexamen en mochten gaan studeren.

Maar het verzet van mannelijke artsen en studenten was enorm. Uiteindelijk mochten ze niet in Edinburgh afstuderen en hebben ze daarna ieder hun eigen weg gezocht, meestal om toch als arts aan het werk te kunnen. Zo studeerde Jex-Blake af in het Zwitserse Bern en haalde ze in Dublin haar artsbevoegdheid – het is allemaal uitgebreider in deze paper beschreven.

Symbolisch gebaar

Hoewel ze in Edinburgh nooit een diploma hebben gekregen, zijn de Edinburgh Seven toch een symbool voor de strijd van vrouwen om ook arts te kunnen worden. De universiteit heeft een jaar of vijf geleden fotograaf Laurence Winram opdracht gegeven een hommage aan de zeven te bedenken. Het werd een foto waarop zeven studentes medicijnen in precies dezelfde poses als de chirurgijnen van dokter Tulp toekijken bij de ontleding van een mens. Deze nieuwe Edinburgh Seven hebben in 2019 als een symbolisch gebaar alsnog de diploma’s in ontvangst genomen voor de vrouwen die hun wegbereiders waren.

The Edinburgh Seven. Foto van Laurence Winram

En in Nederland?

Tot slot nog even: hoe zat het ook alweer in Nederland? De eerste afgestudeerde vrouwelijke arts is Aletta Jacobs. Zij schreef zich in 1871 in aan de Universiteit van Groningen, twee jaar nadat de Edinburgh Seven aan hun studie waren begonnen. Maar Aletta Jacobs was niet de eerste vrouwelijke student geneeskunde.

Bijna tweeëneenhalve eeuw eerder werd Anna Maria van Schurman toegelaten tot de Universiteit van Utrecht. Ze was een multitalent: een talenwonder, een gevierd kunstenares, een wetenschapper die correspondeerde met geleerden uit heel Europa. Maar een vrouw bij het college zou volgens de universiteit te veel onrust veroorzaken. Daarom moest ze de lessen van achter een gordijntje volgen. Van Schurman studeerde theologie, geneeskunde en letteren. Zij is nooit afgestudeerd. Op latere leeftijd sloot ze zich aan bij de kleine sekte van de labadisten, die meer nadruk legde op een zuiver innerlijk geloof dan op het volgen van de Bijbel.

Zelfportret, Anna Maria van Schurman

Er is maar daarbij – waarschijnlijk. In 2019 zat de directrice van het charmante Museum Martena in Franeker te bladeren in een boek met de namen van alle studenten die ingeschreven zijn geweest aan de universiteit van Franeker. Dat was na Leiden de oudste universiteit van Nederland, maar zij werd opgeheven in 1811. In dat boek stonden bij het jaar 1708 de namen van twee dochters van hoogleraar theologie Nikolaus Gürtler: Anna Maria en Maria Magdalena. Maar hun namen waren om de een of andere reden doorgestreept, en nadere details over deze twee ontbreken tot op heden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *