Waarom de Italiaanse driekleur weg moest van een Fiat

Hè? Denk je misschien eerst. Waarom laat een Italiaanse regering de Italiaanse driekleur weghalen van Fiats-600 en van de nieuwe Topolino, een elektrische microcar (brommerauto, kan je ook minder deftig zeggen) die is vernoemd naar een historisch model van Fiat?

Eerder deze maand was het twee keer raak. Ruim een week geleden legde de douane beslag op 134 microcars in de haven van Livorno. Op de deur zat een sticker met de kleuren van de Italiaanse vlag, en die moest eraf. Drie dagen later besloot het bedrijf zelf, om verdere problemen te voorkomen, ook het groen-wit-rood streepje te verwijderen van de achterbumper van de nieuwe Fiat-600.

Het zijn incidenten waarachter grote vragen schuilgaan. Over nationale en Europese industriepolitiek. Over de economische macht van China. Over de werkgelegenheid in een land met een relatief hoge werkloosheid. En natuurlijk ook over de herkomst van producten. Want dat is de aanleiding van het relletje.

Italiaans klinkend, maar niet uit Italië

De Topolino wordt helemaal niet in Italië gemaakt, maar in Marokko, in de kuststad Kenitra,in het noorden. En de Fiat 600 komt uit de fabriek in Tychy, in het zuiden van Polen. De radicaal-rechtse regering die sinds oktober 2022 in Rome zit, is er veel aan gelegen om Italiaanse producten te beschermen – niet voor niets is wat wij het ministerie van economische zaken zouden noemen, omgedoopt in het ‘Ministerie van Bedrijven en Made in Italy.’

Het Ministero delle Imprese e del Made in Italy, aan de Via Veneto in Rome (foto ML)

De nu verantwoordelijke minister, Alfredo Urso, was in 2003 als Kamerlid een van de gangmakers achter een wet hiervoor. Daarin staat dat de in- en uitvoer van producten met een ,,valse of bedrieglijke’’ indicatie van de herkomst strafbaar is. Die strafbaarheid geldt ook voor producten met ,,Italiaans klinkende’’ namen.

Die wet is al eerder in stelling gebracht tegen bijvoorbeeld Parmesão, Grana Parrano en Zottarella, tegen Chianticella en Kressecco. Minister Urso heeft ook eerder dit jaar Alfa Romeo gedwongen om de naam van het nieuwe model ‘Milano’ te veranderen, want ook die auto komt uit de fabriek in Polen. De nieuwe Alfa heet nu ‘Junior’.

Als je deze modellen niet in Italië wilt maken, moet je niet net doen alsof ze wél uit Italië komen, is de gedachte. Op zich is dit al een groot thema. Maar achter de groen-wit-rode stickertjes op de Topolino’s gaat nog een belangrijk ontwikkeling schuil: het langzame vertrek van wat eens Fiat was, uit Italië, en de opkomst van Chinese autofabrikanten.

Arbeidsplaatsen in Italië

Om te beginnen: Fiat is sinds begin 2021 geen puur Italiaans bedrijf meer. In januari van dat jaar is een nieuw bedrijf ontstaan, Stellantis, uit het samengaan van de Fiat Chrysler Group en het Franse autobedrijf PSA. Het juridische hoofdkwartier zit in Amsterdam en achter de naam Stellantis gaan nu veertien automerken schuil: Abarth, Alfa Romeo, Chrysler, Citroën, Dodge, DS Automobiles, FIAT, Jeep, Lancia, Maserati, Opel, Peugeot, Ram Trucks e Vauxhall. De dagelijkse leiding is in handen van Carlos Tavares, een Portugees die naar Frankrijk is verhuisd en carrière heeft gemaakt bij Renault. Veel Italianen hebben het gevoel dat Stellantis, ondanks de Italiaanse merken, vooral een Frans bedrijf is geworden.

Het bedrijf heeft nog wel een vijftal grote fabrieken in Italië. Daar worden per jaar 750.000 auto’s geproduceerd, werk voor 43.000 mensen. De succesvolle Fiat 500 en Fiat Panda worden nog steeds vooral in Italië gemaakt.

Maar hoe lang nog? Tavares lijkt aan het proberen langzaamaan de productie te verplaatsen naar landen waar het goedkoper werken is – als de Italiaanse regering tenminste niet blijft helpen met allerlei vormen van steun. Daarover wordt al een paar maanden stevig gesproken tussen de nationalistische regering van Meloni, die de arbeidsplaatsen in Italië wil behouden, en de leiding van Stellantis – John Elkann, van de familie-Agnelli, is president van Stellantis. De regering van Meloni lijkt het gevoel te hebben dat Stellantis haar aan het chanteren is: geen nieuwe steun, dan ook minder arbeidsplaatsen.

Samenwerking met China

Daar is twee weken een twistpunt bijgekomen. Terwijl in de Verenigde Staten president Biden tot zware heffingen besloot op geïmporteerde elektrische auto’s uit China, kondigde Tavares van Stellantis een besluit aan dat precies de andere kant op lijkt te gaan.

Eerder dit jaar suggereerde hij nog dat de Chinese autoproducenten oneerlijke concurrentie vormen voor heel de Europese auto-industrie, wegens de verschillende vormen van staatssteun die zij ontvangen. Maar half mei maakte hij bekend dat Stellantis intensiever gaat samenwerken met de relatief kleine Chinese autofabrikant Leapmotor, die sinds vorig najaar een strategische partner is. Vanaf september zullen modellen van Leapmotor worden aangeboden via het dealernetwerk van Stellantis in negen Europese landen, waaronder Nederland. Enige tijd later gaan ook Stellantis-dealers elders in de wereld dat doen.

Over waar de elektrische auto’s van Leapmotor zullen worden gemaakt, is de bekendmaking vaag. Algemeen wordt verwacht dat Leapmotor zal proberen Europese sancties te omzeilen door ook in een EU-land elektrische auto’s te gaan maken. Andere Chinese autofabrikanten zijn Leapmotor voorgegegaan. Eind vorig jaar kondigde de Chinese autofabrikant BYD, de grootste fabrikant van elektrische auto’s ter wereld,  aan dat het auto’s zal gaan maken in Hongarije. En in april zei het Chinese Chery dat het in een fabriek in Catalonië elektrische auto’s zal gaan bouwen. Voor Leapmotor wordt volgens het Franse persbureau AFP Polen vaak genoemd als mogelijke vestigingsplaats.

Een paard van Troje?

Critici uit de auto-industrie merkten op dat Stellantis zo een paard van Troje binnenhaalt op de Europese automarkt. Maar Taveres wuift die kritiek weg. Terwijl in verschillende landen de roep klinkt om een Europese industriepolitiek, zegt Tavares dat het voor zijn bedrijf beter is opportunistisch te zijn. In de Corriere della Sera zei hij:

Voordat we worden overweldigd is het noodzakelijk dat we opportunistisch zei en proberen de golf te volgen. Iedere auto die door de joint venture wordt verkocht zal een verbetering van onze balans mogelijk maken.

Over de vraag of dat op de langere termijn ook beter is voor de Europese auto-industrie, is in Italië de discussie nog maar net begonnen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *