Villa Maraini: over puinhopen en suikerbieten

In het kader van de FAI-lentedagen waarover ik gisteren schreef, was ik vandaag op een prachtig plekje in het hart van Rome: de villa Maraini, het huidige Zwitserse cultureel instituut. En ook al vermeldde de gids het niet op haar rondleiding, tussen al de pracht en praal hangt ook een vleugje Nederland. Al is het zoiets prozaïsch als een suikerbiet.

De villa is begin vorig eeuw gebouwd op een puinhoop. Letterlijk. In dit gedeelte van Rome, iets ten zuiden van wat nu het park van Villa Borghese is, lag vroeger het uitgestrekte, prachtige landgoed van de familie Ludovisi. Maar toen Rome in 1871 officieel de hoofdstad van Italië was geworden, moest er worden gebouwd. De nieuwe staat had ministeries en andere overheidsgebouwen nodig, nieuwe wegen met allure.

Decennia lang is er veel gesloopt – de dichter Gabriele d’Annunzio heeft nog ronkende verzen gewijd aan de gekapte bomen in het park van wat Villa Ludovisi was. Niet zover van wat de nieuwe via Veneto werd, waar in de jaren zestig het Dolce Vita zich afspeelde, verrees een enorme afvalberg van bomen en puin. Niemand had daar belangstelling voor. Maar Emilio Maraini rook een kans.

Suiker

Emilio Maraini was een ondernemer/politicus die is geboren in het Italiaans-sprekende gedeelte van Zwitserland. Als hij twintig jaar oud is, sterft zijn moeder. Er is geld nodig in de familie, en Emilio breekt zijn studie talen af en reist af naar Nederland. Hij gaat in Rotterdam werken bij een handelsfirma. Hij krijgt een rol bij de import van rietsuiker, maar komt in Nederland ook in aanraking met de productie van suiker uit suikerbieten. Dan verhuist hij naar Praag om daar meer over te leren, en besluit daarna met suikerbieten zijn geluk te gaan beproeven in Italië.

Italië is dan, tweede helft negentiende eeuw, een importeur van suiker. Maraini heeft dat bijna eigenhandig veranderd. In de buurt van Rieti, ten noorden van Rome, gaat hij op grote schaal experimenteren met suikerbieten in het Italiaanse klimaat. Het lukt boven verwachting. Mede doordat er belasting wordt geheven op geïmporteerde suiker kan Maraini razendsnel uitbreiden en wordt hij steenrijk.

Dat is het begin van een politieke carrière. Hij krijgt een Italiaans paspoort, wordt gemeenteraadslid in Rieti en wordt in 1900 gekozen in de Kamer van Afgevaardigden. Hij moet naar Rome en laat zijn oog vallen op de puinhoop van bomen, stenen en aarde. Hij roept de hulp in van zijn broer Otto, een architect. In twee jaar tijd verrijst daar een prachtige villa met een al even mooie tuin. In 1905 is het klaar.

Eclectische stijl

De tuin is in Engelse stijl, met kleine nep-grotten, waterpartijen, af en toe wat Romeinse resten, hoekjes en heggetjes. De villa zelf is in wat de gids ‘de eclectische stijl’ noemt. Van alles wat. Een beetje Jugendstil (zoals het ijzeren hek boven de hoofdingang), een beetje renaissance (zoals de beelden in de gevel aan de achterkant), hier en daar een versiering die meer barok is.

Bovenaan de monumentale trap hangt ook een prachtig portret van zijn vrouw, de veertien jaar jongere Carolina Maraini-Sommaruga. Zij had in Rieti faam gemaakt door een textielbedrijfje voor vrouwen op te zetten en onderscheidde zich in Rome door haar intelligentie en zelfstandigheid – en haar schoonheid. Later maakt ze naam door liefdadigheidswerk op grote schaal. Daarvoor kreeg ze in 1926, tien jaar na de dood van haar man, de titel van gravin. Direct na de Tweede Wereldoorlog schonk Carolina, die in 1959 op negentigjarige leeftijd overleed, de villa in Roma aan de Zwitserse staat.

Carolina Maraini-Sommaruga, geschilderd door Vittorio Corcos

Bovenop de villa is een terras met daarnaast een torengebouwtje: Hoogte gaf aanzien, en als je op de smalle wenteltrap naar boven was gelopen, wist je dat je maar een paar meter lager stond dan de lantaarn op de koepel van de Sint Pieter (die niet goed te zien is omdat bomen het zicht die kant op belemmeren)

En ook nog:

Nog drie weetjes hierbij. De naam Maraini klinkt mogelijk bekend voor wie thuis is in de Italiaanse literatuur. De grootvader van schrijfster Dacia Maraini was een neef van Emilio. En over ‘villa Maraini’: de Zwitserse villa aan de via Ludovisi moet niet worden verward met villa Maraini in de wijk Monteverde. De laatste is een opvangcentrum voor drugsverslaafden, beheerd door het Rode Kruis. Ik heb het niet kunnen nagaan, maar mogelijk verwijst ook die villa naar Emilio Maraini: hij is een tijd vice-voorzitter van het Italiaanse Rode Kruis geweest.

Tot slot: wie geïntrigeerd is geraakt, kan proberen een bezoek te organiseren. Het Zwitserse culturele instituut biedt jaarlijks onderdak aan een handvol kunstenaars, en hun werk wordt op de benedenverdieping tentoongesteld. Op de website van het instituut staat ook dat op afspraak groepsrondleidingen door de hele villa aan te vragen zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *