Terugkeer naar Villa d’Este in Tivoli

Als je zoals ik al wat langer in Rome bent, bestaat de kans dat je al snel denkt: daar ben ik al geweest, dat ken ik al, dit weet ik nu wel. En soms werkt het ook zo. Maar er zijn ook momenten dat je tegen jezelf moet zeggen, op een mooie dag: ga nou nog een keer kijken, want het is al zo lang geleden. Zo was ik pas weer met mijn vakantie houdende zoon en zijn gezin in de Villa d’Este, bij Tivoli, op een uurtje rijden van het centrum van Rome. Als je uit het gebouw van de villa zelf bent, je staat buiten en je kijkt uit over de prachtige tuinen met al zijn fonteinen, dan weet je weer: o ja, daarom is dit een van de meest bezochte bezienswaardigheden van Italië.

Het is ook leuk om je wat voor te bereiden. Dan kan je de lelies en de adelaars beter plaatsen. Net als de verwijzingen naar Hercules. En naar gouden appels. Dat voegt een extra laag toe aan een bezoek aan een villa met een tuin die volgens Italianen kansrijk meedingt naar de titel ‘mooiste tuin ter wereld’. En sinds 2001 op de lijst van het werelderfgoed van Unesco staat.

De villa ligt tegen een helling aan de rand van de stad Tivoli. Bovenaan staat het gebouw zelf, dan een veelgelaagde tuin die vol staat met fonteinen – beroemd is de laan met de honderd fonteinen. En overal een prachtig panorama. Richting het westen, Rome en de zee, en richting het noorden. De villa en zijn tuin moesten troost bieden aan kardinaal Ippolito d’Este, toen die opnieuw weer net geen paus was geworden. Dan moet ik mijn eigen paradijsje maar maken, moet hij hebben gedacht.

Schilderingen

Vroeger, toen het complex midden zestiende eeuw werd gebouwd, kwam de bezoeker beneden aan, aan de voet van de helling. Nu begint het bezoek bovenaan, in de villa. De neiging is om snel door de zalen met fresco’s te lopen. De tuin! De fonteinen!

Maar wie even tijd neemt om beter te kijken, wordt beloond. De kardinaal was een groot kunstliefhebber en had vooraanstaande schilders uit die tijd ingehuurd om zijn villa te verfraaien (voor de liefhebbers: onder anderen de gebroeders Zuccari, Livio Agresti en andere Romeinse maniëristen). Zo is er een prachtige plafondschildering gewijd aan de bruiloft van Eros en Psyche.

Wat ik zelf ook altijd aardig vind, zijn de kleinere afbeeldingen. Daar zitten allerlei ornamentele figuurtjes bij, maar ook curieuze koppen die in de verte aan Jeroen Bosch doen denken.

Communicerende vaten

Maar dan kom je buiten op het bordes, dat uitzicht biedt over de tuinen. Bij het ontwerp zijn twee lijnen haaks op elkaar gezet. Een zichtlijn vanuit de villa naar beneden, richting het oosten, en een lijn die van de grootste fontein rechts loopt naar de vier visvijvers links, een lijn die naar het westen wijst. En, ik had het al gezegd, overal fonteinen. In alle soorten en maten, steeds weer anders aangekleed.

Het is moeilijk voor te stellen, maar al die fonteinen werken op een ingenieus systeem van zwaartekracht en communicerende vaten. Om al deze fonteinen van water te voorzien, heeft de grote man achter dit project, de Napolitaanse architect, Pirro Ligorio, een zeshonderd meter lange tunnel laten graven. Daardoor wordt het water van de rivier de Aniene, uit de bergen, naar het hoogste punt van de tuin gebracht. Driehonderd liter per seconde!

Rome en Tivoli

De tuin is opgedeeld in een aantal terrassen. Iedere laag van de tuin heeft zijn eigen karakter.  Op het eerste terras kom je meteen al beroemde fonteinen tegen. Aan de westkant, links als je naar beneden loopt, is de fontana della Rometta. De fontein van klein Rome, zou je kunnen zeggen. Die is gewijd aan Rome en allerlei symbolen die daarbij horen.

Aan de bovenkant een standbeeld van de overwinnende godin Rome, met helm, lans en schild. Daarnaast een beeld van een wolvin die een tweeling voedt, een verwijzing naar de stichtingslegende rondom de tweeling Romulus en Remus. Daarvoor een rivier met wat een schip lijkt. Dat symboliseert het Tiber-eiland, de doorwaadbare plaats in de Tiber waar Rome is begonnen. Een slang bij de eiland/boot verwijst naar Esculapius en de ziekenhuizen op het eiland.

Er staat ook een obelisk bij, maar op oudere tekeningen is te zien dat er nog veel meer verwijzingen naar de kunstschatten van Rome bij de fontein hebben gestaan. Zoals triomfbogen, het Colosseum en de zuil van Trajanus.   Helaas zijn die in de negentiende eeuw bij een reeks aanpassingen van de fontein verloren gegaan.

Het past bij de symmetrie van deze enorme tuin dat helemaal aan de andere kant van deze terraslaag een grote waterpartij te vinden is die is gewijd aan Tivoli. Dat is de fontana dell’Ovato, de ovalen fontein. Een kunstmatige brede waterval verwijst naar de beroemde waterval van Tivoli aan de noordoostkant van de stad, waar de rivier de Aniene de stad raakt. De kunstmatige rotsen zijn een verwijzing naar de Monti Tiburtini, waar de Aniene ontspringt. Bovenop deze fontein staat een beeld van een sibille, een soort profetes. In de klassieke teksten worden er tien genoemd, en dit is de tiende, de sibille Albunea. Zij heeft volgens de overlevering gewoond in de Etruskische stad Tibur, het huidige Tivoli. Een van de verhalen over haar is dat ze aan keizer Augustus de komst van Christus zou hebben voorspeld.

Laan van de honderd fonteinen

De fonteinen gewijd aan Tivoli en aan Rome worden verbonden door een lange laan van ongeveer honderd meter. Dit is de laan van de honderd fonteinen. Ik heb ze niet geteld en waarschijnlijk is dat niet het precieze aantal, al was het maar omdat er langs die laan drie rijen van fonteintjes boven elkaar staan. Dit is misschien wel het meest gefotografeerde en in films (Ben Hur! Woody Allens To Rome with Love!) verwerkte deel van de tuinen.

Uit allerlei verschillende fantasiemonden en -kelken stroomt water. Sommige hebben de vorm van een lelie of een adelaar. Dat zijn figuren uit de heraldiek van de Estensi, de familie d’Este. Andere zijn koppen van dieren of mythologische figuren.

Hercules en de draken

Een laag lager staat de beroemde fontein van de Draken. Die is niet toevallig geplaatst in wat ongeveer het middelpunt van het tuinencomplex is. Want hier komt veel symboliek samen van de familie d’Este. In een nis bij deze fontein staat een standbeeld van Hercules. Vier draken vormen samen de fontein en hier en elders zijn appels als versiering. Dit verwijst naar het elfde van de twaalf mythische werken van Hercules – of Herakles, zoals de Grieken deze held noemden. Hij moest de gouden appels halen die worden bewaakt door de draak Ladone, een honderdkoppige monster.

Het voert te ver hier alle andere fonteinen te beschrijven. Die van Pegasus. Van de uil en de vogeltjes. Van Arianna en die van Proserpina. Er zijn zeker twintig grotere fonteinen in dit park.

Uitzicht vanaf de fontein van het orgel

Maar één terraslaag verdient nog apart vermelding. Die begint aan de oostkant, bij de fontein van het orgel – redelijk beschermd tegen weer en wind is daar een waterorgel, dat op vaste tijden even ‘aan’ wordt gezet (bij mijn bezoek viel dat net verkeerd). Vanuit die monumentale fontein loopt een zichtlijn richting het westen die haaks staat op de zichtlijn als je vanaf de villa boven de tuin in loopt.

Niet toevallig staat de fontein van Neptunus aan dezelfde kant als de Ovalen fontein. Dit is de plaats waar het water van de rivier de Aniene het tuinencomplex binnenkomt.

Dit is de enige ‘nieuwe’ fontein, en meteen ook de meest majestueuze. Toen de tuin werd aangelegd, was hier een reeks watervalletjes in een sculptuur die was ontworpen door Bernini. Die is in de loop der eeuwen verloren gegaan. Na de Eerste Wereldoorlog werd de villa eigendom van de Italiaanse staat en begonnen er hoognodige restauratiewerkzaamheden. Rond 1930 werd de fontein in zijn huidige vorm aangelegd.

Vanaf deze fontein loop je terrasgewijs naar beneden naar de drie grote peschiere, de visvijvers. Nog steeds zwemmen hier grote vissen rond. Ik heb niet kunnen achterhalen of die op een gegeven moment ook worden opgegeten, bijvoorbeeld in een van de restaurants van Tivoli. Achter deze visvijvers opent zich weer een wijds panorama in de richting van Rome.

Film en muziek

Nog steeds spreken deze tuinen enorm tot de verbeelding. Ze komen voor in een aantal films. IMDB heeft een lijstje van negen, maar dat is zeker niet volledig. Al was het maar omdat Ben Hur, Voglio bene tanto a te (1946), en Three Coins in the Fountain (1954) ontbreken. Volgens informatie die ik niet heb kunnen controleren, is in ieder geval ook “The Agony and the Ecstasy” (1965, over Michelangelo) deels hier gefilmd.  

Maar er is een kunstenaar die als geen ander zijn naam heeft verbonden aan de Villa d’Este en zijn tuinen. Dat is de Hongaarse componist Frans Liszt. De villa was in de achttiende eeuw in handen gekomen van de familie van de Habsburgers. En jarenlang, tussen 1867 en 1882, is Liszt hier te gast geweest. Hij was zeer gecharmeerd van dit paradijselijke stukje Italië en heeft twee werken opgedragen aan de villa.

Het eerste is geïnspireerd op het ruisen van het water dat je overal hoort.

In het tweede stuk, wat zwaarmoediger, heeft Liszt willen verwijzen naar de cipressen in de tuin, vooral bij het lager gelegen stuk waar je vroeger binnenkwam.

Praktische informatie

De villa gaat om 8u45 open, behalve op maandag, dan pas om 14u. De sluitingstijd hangt af van het seizoen, ’s zomers om 19u45. Informatie over de verschillende vorm van tickets is hier te vinden. Het is niet onverstandig om online kaartjes te kopen, dan hoef je niet in de rij te staan om ter plekke een kaartje te kopen (het had mij een half uur wachten gescheeld).  

Wie in Tivoli overnacht en ook de beroemde villa van Hadrianus wil bezoeken, zou een Tivolipas kunnen kopen, die drie dagen geldig is.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *