Hoe Italië probeert zijn gesmokkelde kunst terug te halen

Italië blijft successen boeken met zijn hardnekkige campagne om gestolen of illegaal het land uit gesmokkelde kunst en antiquiteiten terug te krijgen. Vorige week tekende de minister van cultuur in Berlijn een akkoord over de teruggave van 25 antieke vazen en schalen. Eind vorige maand werden in Rome zeshonderd voorwerpen gepresenteerd die uit verschillende collecties in de Verenigde Staten zijn teruggekomen. En begin vorige maand bepaalde een Europese rechter dat het Getty Museum in Los Angeles een van zijn pronkstukken moet teruggeven aan Italië – maar daar voelt het museum niets voor.

Al zeker dertig jaar is Italië zeer actief aan het proberen kunstschatten terug te halen waarvan het vindt dat die het land nooit had mogen verlaten. Daarbij gaat het vaak om voorwerpen die na illegale opgravingen het land uit zijn gesmokkeld of anderszins via fraude met documenten bij kunstverzamelaars en musea buiten Italië terecht zijn gekomen.

Volgens de Italiaanse wet is voor voorwerpen van groot cultureel belang of die buitengewoon belangrijk zijn, toestemming van de overheid nodig om ze te exporteren. Dat geldt niet alleen voor zaken die op Italiaanse bodem zijn gevonden, maar ook voor privé-bezit.

Smokkelnetwerk

Minister van cultuur Sangiuliano sprak op 28 mei van een prachtige dag. In aanwezigheid van Amerikaanse autoriteiten vierde hij de teruggave van maar liefst zeshonderd voorwerpen, daterend van de negende eeuw voor Christus tot de tweede eeuw na Christus. Beeldjes, munten, schalen. Allemaal voorwerpen die Italië illegaal hadden verlaten. Hij zei:

Het terugbrengen in Italië van deze goederen maakt het mogelijk de vele wonden te helen die door de jaren heen zijn geopend in de gebieden waar ze zijn gestolen en waarbij aan gemeenschappen belangrijke delen van hun identiteit is ontnomen.

Wat die voorwerpen gemeen hebben, is dat ze vrijwel allemaal het land uit zijn gesmokkeld via het netwerk van de beruchte Britse kunsthandelaar Robin Symes. Die is vorig jaar overleden, 84 jaar oud. Hij was de sleutelfiguur in een crimineel netwerk voor de handel in illegaal verkregen antieke voorwerpen – een deel van zijn ‘collectie’ van Etruskische en antiek-Romeinse voorwerpen was opgeslagen in een extraterritoriale loods op het vliegveld van Genève.

Symes wist veel van deze voorwerpen te verkopen aan musea en verzamelaars. Niet iedereen nam het daarbij even nauw bij het controleren van de herkomst ervan. Verwijtbare nalatigheid, in de ogen van de Italianen.

Proces tegen curator Getty

Dat het hun ernst is bij hun eis om geheelde kunst terug te sturen, bleek bijna twintig jaar geleden. Toen werd in Italië een proces aangespannen tegen de curator Oudheid van het befaamde John Paul Getty museum in Los Angeles, Marion True. Zij was een kunstpaus in de Verenigde Staten. Italiaanse aanklagers wreven haar aan dat ze bewust weinig energie had gestoken in het natrekken van de herkomst van een aantal antiquiteiten, zeker als die uit een particuliere collectie kwamen.

Het proces in Rome heeft zich vijf jaar voortgesleept, totdat de rechter in 2010 bepaalde dat de misdaden waarvan True werd beschuldigd, verjaard waren. Maar dat proces, op de persoon gericht, het was een waarschuwing aan alle museumdirecteuren: doe grondig onderzoek naar de herkomst van de voorwerpen in je collectie.

Van wie is een uit zee gevist beeld?

De afgelopen twee decennia hadden grote Amerikaanse musea als het Getty, het Metropolitan Museum of Art in New York en het Museum of Fine Arts in Boston, al enkele tientallen voorwerpen teruggegeven aan Italië. Maar er zijn grenzen, maakte het Getty in april duidelijk.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg had Italië gelijk gegeven in een al jaren slepende zaak. Inzet is Victorious Youth of de Getty Bronze, in Italië ook wel bekend als ‘de atleet van Fano’ – naar het stadje aan de Adriatische Zee waar de vissers vandaan kwamen die het hebben gevonden. Volgens Amerikaanse kenners is dit een van de belangrijkste antieke beelden in de VS.  Wie de maker is, is niet honderd procent zeker. Sommigen denken dat het een werk is van de grote Griekse beeldhouwer Lysippus, uit de vierde eeuw voor Christus. Het Museum had het in 1977 voor bijna vier miljoen dollar gekocht van een Duitse kunsthandelaar.

(Digital image courtesy of Getty’s Open Content Program)

Italië eist terecht teruggave van dit beeld, zo luidde de uitspraak van het Hof op 2 mei. Het is deel van het culturele erfgoed van het land, Italië beroept op het internationale recht, en Getty is nalatig geweest in het onderzoek van de herkomst. Het beeld moet terug.

Italiaanse aanspraken betwist

Dat kunnen de rechters in Straatsburg wel zeggen, maar het Amerikaanse museum zal er geen gehoor aan geven. De uitspraak is niet direct bindend voor het Getty Museum, want de rechtsmacht van het EHRM is niet erkend door de Verenigde Staten. Bovendien betwist het Amerikaanse museum de aanspraken van Italië. Het beeld is in 1964 uit zee gevist door Italiaanse vissers, die hun opzienbarende vondst geheim hielden. Daarna is het Italië uit gesmokkeld.

Die zijn volgens een woordvoerder ongegrond.

Het standbeeld maakt geen deel uit van het buitengewone culturele erfgoed van Italië. De ontdekking bij toeval door Italiaanse burgers maakt het standbeeld geen Italiaans voorwerp. Het is gevonden buiten het territorium van welke modern staat ook en heeft twee millennia in zeer geleden. Daardoor heeft het Brons slechts een voorbijgaande en toevallige connectie met Italië.

Italië claimt dat het beeld Italiaanse eigendom is geworden op het moment dat de Italiaanse vissers het in hun netten naar boven haalden. De Amerikanen beraden zich nog op verdere juridische stappen. Bijvoorbeeld door een uitspraak te vragen van het volledige hof – de uitspraak van begin mei is gedaan door een zogenaamde kamer van het hof.

Geen twijfels laten bestaan

Op 13 juni tekenden de Italiaanse minister van Cultuur en zijn Duitse collega Claudia Roth een akkoord over de teruggave van 25 vazen, schalen en andere voorwerpen. Deze voorwerpen zijn afkomstig uit het zuiden van Italië, wegens de grote Griekse invloed daar indertijd ook bekend als Magna Grecia.

De voorwerpen waren in 1984 door de stichting Staatlichen Museen Preußischer Kulturbesitz (SPK), onderdeel van het Altes Museum in Berlijn, aangekocht van een kunsthandelaar uit Bazel. In een verklaring schrijft de stichting:

Een juridisch fundament voor teruggave is er niet, want tot op heden zijn de twijfelachtige herkomstgegeven niet ondubbelzinnig weersproken of bevestigd. Toch heeft de SPK op grond van de talrijke aanwijzingen ertoe besloten de objekten aan Italië terug te geven. […] In alle gevallen gaat de SPK er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ervan uit, dat de stukken uit illegale opgravingen (Raubgrabungen) stammen.

Italië stelt hier ook iets tegenover. De meerjarige uitleen van vier voorwerpen uit musea in Napels en Paestum moeten hiaten in de collecties in Berlijn opvullen.

Nationalisme

Minister Sangiuliano zei op 13 juni dat het, wat Italië betreft, hier zeker niet bij zal blijven

We zullen eraan blijven werken om wat illegaal in het buitenland terecht is gekomen, weer terugkomt in het vaderland.

Van een regering die het nationalisme hoog in het vaandel voert, zal dat geen loze belofte zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *