Wie al wat langer meeleest op dit blog, weet dat ik als ik met de auto tussen Nederland en Italië rijdt, onderweg graag een korte stop inbouw om iets te bekijken of ergens te wandelen. Het is te ver om, vanuit Rome, op één dag te doen. En met twee volle rijdagen heb je wel tijd voor een kleine omrit.
Eind vorige week had ik Rome-Nederland zo gepland dat ik in de buurt van Luzern overnachtte en dan de volgende dag niet over Basel door zou rijden, maar over Stuttgart. Dat gaf me de tweede dag de tijd voor een bezoek, in vers gevallen sneeuw, aan wat in de folder ,,een burcht vol verrassingen’’ heet.
Dat is de Burg Hohenzollern, in de buurt van het stadje Hechingen. Het is het stamslot van de duizend jaar oude vorstenfamilie Hohenzollern. De drie Duitse keizers, Wilhelm I, Friedrich III en Wilhelm II (die in Doorn zijn laatste dagen sleet) komen uit dit geslacht. Voor de liefhebbers: een volledige stamboom staat hier. Compleet met de Brandenburgse keurvorsten en de Pruisische koningen.

Hoog op de Zollerberg
Ook met zwaar bewolkt weer zie je de burcht al van verre liggen, hoog op de Zollerberg, een soort puist in een veel vlakker landschap – de familienaam is ontleend aan die berg. Met een niet helemaal scherp beeld kan je in verwarring raken: is dit niet dat andere beroemde kasteel in Zuid-Duitsland, het Schloss Neuschwanstein? Maar nee, dat ligt tweehonderd kilometer naar het zuidoosten, en was van de Beierse koningen.
Ook deze burcht is eindeloos gefotografeerd. Aan verschillende kanten van de Zollerberg zijn er wandelpaden die je naar speciale uitzichtspunten brengen. En er is een live-cam, waardoor je ieder moment kunt zien hoe de burcht erbij ligt.
Voor het bezoek rijd je een stukje omhoog de berg op naar een parkeerplaats. Vandaar brengt een pendelbusje de bezoeker verder omhoog, over een smalle weg naar het slot. Dit is niet meer de oorspronkelijke burcht, uit het midden van de dertiende eeuw. Daarvan is niets meer over. In zijn huidige vormt stamt het kasteel uit het midden van de negentiende eeuw. De steeds machtiger wordende Pruisische koningen wilden het stamslot van hun voorvaderen weer een nieuwe glorie geven en kozen voor het idee van een geïdealiseerde en geromantiseerde maar bij de tijd gebrachte middeleeuwse burcht. Een van de architectonische hoogtepunten is de draaiende opgang naar het binnenplein van deze vesting, die het laatste deel is overdekt.



Uniform en kroon
Dezer maanden is het alleen in het weekeinde mogelijk om de vertrekken te bezoeken. Ik kon daarom het fraaie, oorspronkelijke interieur en een aantal kunstschatten alleen via de foto’s in de museumshop bekijken. Denk aan schilderijen, kostbaar porselein, goud- en zilversmeedwerk. En aan wat wordt beschouwd als twee topstukken uit de collectie: de Pruisische koningskroon en het uniform van de beroemdste telg uit het geslacht Hohenzollern: de Pruisische koning Friedrich II, ofwel Frederik de Grote (1712-1786), een groot militair en politiek strateeg en daarnaast een liefhebber van kunst en literatuur.



Maar er blijft genoeg over om te bekijken. De (katholieke) vijftiende-eeuwse Michaël kapel is wel te bezichtigen, net als de (evangelische) Christuskapel – na de Reformatie werd de Pruisische tak van de familie protestants. De burcht wordt overigens niet meer bewoond door de familie.


Een wandeling langs de muren van de burcht biedt, ook met zwaarbewolkt weer, fraaie uitzichten. Beelden binnen en buiten verwijzen naar prominente heersers uit de familie – Friedrich Wilhelm IV (1795-1861) staat er zelfs twee keer, omdat hij het initiatief heeft genomen voor de herbouw van de burcht. Als er sneeuw ligt zijn hier mooie plaatjes te schieten.





Erbauer der Zollenburg

Praktische informatie
Het kasteel is in februari en maart open van 11 tot 17u30. Verdere informatie over openingstijden is te vinden op de website. Toegang: 10 euro online, 12 euro aan de kassa bij de parkeerplaats.



