Zo onopgesmukt kom je het niet vaak meer tegen in Italië. Glossies, groen-wit-rode websites (met vaak nauwelijks verholen reclame), tiktoktips en facebookfavorieten hebben met elkaar zo’n beetje alle ‘authentieke’ plekken wel in kaart gebracht. Die zijn daardoor vaak veranderd in plekken die ‘typisch Italiaans’ zijn volgens de smaak van de toerist. Goed voor de portemonnee van de uitbater. Maar soms voelt het als een verlies.
Misschien was ik daarom zo blij verrast in het stadje Altamura, in de Zuid-Italiaanse regio Puglia. Ik had wat tijd over en besloot een paar tips over een paar specialiteitenwinkels te checken. Een kort rondje door het centrum bracht me op drie plaatsen die weliswaar wat faam genoten (bijvoorbeeld bij de Italiaanse slow food organisatie Gambero Rosso), maar zo op het oog nog niet zijn getiktokt. (De foto boven dit blog komt van de Facebookpagina van kaasmaker Dicecca, de andere zijn door mij gemaakt.)
De bakker
Altamura staat bekend om zijn grote broden, met een knapperige roodgeelbruine korst. Er is ook een broodmuseum (pech: dicht terwijl ik er was) en het ‘brood van Altamura’ is een beschermde merkbaan. Dus eerst naar de bakker. Die heeft de prachtige naam Panificio Di Gesù. Dat is letterlijk: de broodwinkel van Jezus, maar ‘Di Gesù’ is de naam van de familie die hier al sinds 1934 brood bakt. Ze zijn nu aan de vijfde generatie.

Deze topbakker zit in een onooglijk achterafstraatje en zou als filiaal van Bakker Bart niet door de keuring komen. Een simpele gevel, een toonbank, wat manden met hoog opgestapeld brood. Onpretentieus, is het woord dat me te binnen schoot. Maar het brood, gemaakt van het harde graan van de regio, is fantastisch (ik kon gelukkig ook een half brood krijgen, de originele broden lijken qua omvang bedoeld voor een ouderwetse Italiaanse familie). Aan de zijkant stond een hele wand met pakken taralli, de in elkaar gedraaide kleine rondjes deeg, een lokale specialiteit die langzaamaan bekender is geworden. Ze hadden alleen nog taralli al vino, met wijnsmaak. De grote zak waarmee ik de winkel uitliep, was veel te snel leeg.

De kaasboer
Toen naar een beroemde kaasboer, Dicecca. Die ligt aan een drukkere weg, wat voor het autoverkeer een nadeel is, omdat de vele klanten dubbel parkeren. Ook dit is een familiebedrijf. In de open deur hangt een anti-vliegenstrip van plastic linten – zo ouderwets dat ik me eerst afvroeg of ik wel aan het goede adres was voor een bezoekje aan wat volgens Gambero Rosso de bekendste kaasmaker van Italië is.

Maar binnen verdwijnt alle twijfel. Je ruikt meteen een heel palet aan geurige kazen. In de simpele gekoelde vitrine ligt zo veel lekkers dat ik de keus maar heb gelaten aan de jonge vrouw achter de toonbank: doe maar een romige kaas en een pittige. Het is jammer dat mijn vocabulaire voor kaas niet zo ontwikkeld is, anders zou u nu een paar alinea’s vol prachtige bijvoeglijke naamwoorden over u heen krijgen.

Vrolijk over zo veel lekkers en knabbelend aan het brood liep ik daarna de kronkelige straten van het middeleeuwse centrum in, die als een soort spinnenweb rondom de kathedraal liggen. Doel: caffè Ronchi Striccoli. Het ligt in de schaduw van de dom. De dertiende-eeuwse kerk, gebouwd in de lichte steen die kenmerkend is voor Puglia, is een kort bezoek meer dan waard. Het portaal alleen al is prachtig.



Padre Peppe
Maar ik was hier voor de bar. Een reeks oude radio en tv’s en ander spul uit een ver verleden onderstrepen dat deze bar-pasticceria in 2032 zijn tweede eeuwfeest gaat vieren. In het smalle looppad verdringen mensen zich met een espresso of wat fris in de hand, en bijna niemand kan de keur van banketbakkerslekkernijen weerstaan die ligt uitgestald. Daaronder ronde besuikerde gebakjes die een van de specialiteiten van het huis zijn en de ‘zuchten van Altamura’ worden genoemd, of ook wel ‘de tieten van de non’ .

Maar ik, geen koffiedrinker en met brood en kaas al ruim aan mijn calorieëntaks, was gekomen voor een nog bekendere specialiteit: Padre Peppe. Dit is een notenlikeur die, natuurlijk, volgens een oud geheim recept wordt gemaakt en in heel Puglia beroemd is. Ik heb geen vergelijkend onderzoek kunnen doen, maar de likeur (pardon: het elixer) was tongstrelend.

Het waren drie bijzondere ervaringen in een stadje dat zich (nog?) nauwelijks heeft opgemaakt om toeristen te verleiden. Zeker, bakker De Gesù en kaasboer Dicecca gaan met hun tijd mee. Ze hebben gelikte websites. De Gesù verkoopt zijn koekjes en taralli ook online, en kaasmaker Vito Dicecca biedt een vijf uur durende ‘Cheese experience’ aan, met lunch, voor 180 euro. Maar in een land waar overtoerisme op steeds meer plaatsen een probleem aan het worden is, voelt zo’n onopgesmukte ochtend gastronomie in Altamura als een verademing.
PS
Draag ik met dit blog niet bij aan uniformering door het toerisme? Dat is een dilemma. Ik troost me maar met de gedachte dat niet zo veel mensen dit blog lezen. Als we dit onder ons houden, blijft het nog lang prettig in Altamura.
