Zaterdag 15 maart is op de piazza del Popolo in Rome een grote betoging vóór Europa gehouden. Ik heb daar kort over geschreven op LinkedIn, Facebook en BlueSky, en ik merk uit de reacties dat dit een snaar heeft geraakt. Uiteindelijk telden de organisatoren 50.000 mensen, en ik heb geen reden om aan dat cijfer te twijfelen.
Het idee van dit burgerinitiatief kwam van schrijver/publicist Michele Serra. Omdat zoveel mensen mijn korte berichtjes leuk vonden of hebben geherplaatst, heb ik besloten het grootste deel van de toespraak die Serra aan het begin van de manifestatie hield, te vertalen. Op die snelle vertaling is vast iets aan te merken, maar wie leest, krijgt het idee. Wie Italiaanse spreekt, vindt hier, op de site van zijn krant La Repubblica, de oorspronkelijke tekst.
De openingstoespraak van Serra
Ik heb het begin overgeslagen. Dan gaat Serra verder:
Onze echte vijanden zijn wij zelf, wanneer we vergeten hoe fortuinlijk we zijn. Voor degenen die de Middellandse Zee oversteken om hier te komen, en voor degenen die deze vlag in het oosten zwaaien, is Europa geen abstract concept. Het is de redding. Laten we dit onthouden wanneer we ze terug de zee in duwen. En laten we dit onthouden wanneer we denken dat het verzet van de Oekraïners slechts een last is die ons verhindert om rustig te leven.
Deze vlag heeft bij ons maar weinig gewaaid. Ze hangt in kantoren en voor de gebouwen, maar tot nu toe is het een kil symbool geweest dat de harten niet verwarmt. Als we het in onze kop hebben gekregen om die vlag mee het plein op te nemen, is dat omdat we ons Europees willen voelen, niet wegens een verdrag of bureaucratische regels, maar omdat wij echt, koppig geloven, zelfs als het tegen de realiteit ingaat, in vrijheid en vrede, de twee moeders van Europa.
We weten allemaal wat het probleem is, hier en nu. Ook op dit plein bestaan verschillende ideeën over hoe Europa zichzelf moet beschermen, zijn waarden moet verdedigen, voor zijn mensen moet zorgen. Het probleem is dat we allemaal vrede willen, maar zonder vrijheid kan er geen vrede zijn. Niemand kan zich vredig voelen als hij onderdrukt, binnengevallen of onderworpen wordt. En we willen allemaal vrijheid, maar er is geen vrijheid als er geen vrede is. Niemand is vrij onder de bommen of met een geweer op zich gericht. Niets schort de vrijheid van de mens zozeer op als oorlog. Oorlog is niet alleen het tegenovergestelde van vrede, maar ook het tegenovergestelde van vrijheid.
We hebben deze twee kostbare woorden in handen, vrede en vrijheid, maar we weten niet precies hoe we ze moeten gebruiken zonder dat ze op de grond vallen, kapotgaan en wij alleen de losse brokstukken overhouden.
Op dit plein hebben we geen antwoorden, maar wel heel duidelijke vragen. Dit plein is een blauw vraagteken. Wij vertegenwoordigen de vraag die wij aan onszelf stellen, aan degenen die ons regeren, aan degenen die ons vertegenwoordigen in het Italiaanse en het Europese Parlement. Wie denkt dat hij de antwoorden heeft op die vragen, en weet hoe hij oorlog moet voeren en hoe hij vrede moet stichten, is hier vandaag niet.
Tegen de politici die hier op het plein zijn, die ik van harte bedank, en die hier niet zijn, die ik respecteer, wil ik iets zeggen. Jullie zijn te intelligent. Probeer alsjeblieft wat dommer te zijn, zoals op dit plein, dat niets heeft gecalculeerd, dat niet precies weet wat het moet doen, maar het toch probeert. Probeer met elkaar te praten en zelfs naar elkaar te luisteren. Wij zijn hier vandaag omdat het gevoel dat we alleen staan en onze hoop ons ervan weerhielden thuis te blijven. Ze dwongen ons om het huis uit te gaan en elkaar hier te treffen. Samen. Ik herhaal het omdat dit het meest Europese woord is dat er bestaat: samen.
Misschien voelen we ons vanavond iets minder verward. Misschien juist nog verwarder. Maar we zullen ons zeker iets minder alleen voelen. Dat is waar politiek voor zou moeten dienen: ervoor zorgen dat we ons minder alleen voelen.
