Ben je in de buurt van Florence, of ben je onderweg over de Autostrada del Sole tussen Milaan en Napels en heb je tijd voor een kleine omweg, ga dan eens naar Pratolino. Dit is een stadje ten noorden van Florence met een groot park en een beroemd beeld dat ‘de kolos’ wordt genoemd, of ook wel ‘de Appennino’.
De weg ernaar toe is bochtig. De heuvels van Toscane zijn hier steiler, de wegen bochtiger, en je komt veel motorrijders tegen die lekker gaan hangen in de bochten. En dan is er, vrij onverwachts, een groot parkeerterrein. Ik was er op een zonnige zomerse dag, en het stond helemaal vol. Want het is heerlijk wandelen. luieren en picknicken in het uitgestrekte park aan de overkant van de weg.
Dit is een van de twee tuinen die deel uitmaken van het Unesco erfgoed ‘Medici villa’s en tuinen in Toscane’. Bij die groep horen ook een tiental villa’s in de omgeving van Florence. Op de Nederlandse Unesco-site staat wat ze zo bijzonder maakte:
De villa´s werden gebouwd tussen de 15e en 17e eeuw en vertegenwoordigen een innovatief systeem van landelijke bouw in harmonie met de natuur, gewijd aan vrije tijd, kunst en kennis. Ze vormden een nieuw type prinselijke residentie, verschillend van zowel de boerderijen van rijke Florentijnen als de adellijke kastelen. De Medici residenties verbonden namelijk als eerste habitat, tuinen en omgeving met elkaar. De villa´s werden blijvende referenties voor vorstelijke residenties in heel Italië en Europa.
de tuin der wonderen
Francesco I de’Medici (zoon van Cosimo) is de opdrachtgever van dit park. In 1568 liet hij architect Bernardo Buontalenti een buitenplaats ontwerpen waar natuur, kunst en technische hoogstandjes samenkwamen. Met zijn fonteinen en kunstmatige grotten werd het ‘de tuin der wonderen’ genoemd – de Unesco spreekt van een lusthof.
Maar de nazaten van Francesco zagen dat anders. Nadat hij in 1587 was overleden, liet de familie een aantal belangrijke beelden uit het villacomplex overbrengen naar dichter bij huis: de tuinen van Boboli in Florence, aan de andere kant van de rivier de Arno. En in 1818 kreeg Joseph Frietsch, een ingenieur uit Bohemen, de opdracht het park opnieuw in te richten in de toen populaire Engelse stijl, minder strak en met meer bomen. Daarbij werd de villa zelfs volledig afgebroken. Wat eens gold als een van de mooiste villa’s van de Medici is alleen nog maar te zien op het handvol schilderijen dat ervan is gemaakt.
Wel is wat onder de De’Medici de personeelsverblijven waren, later omgebouwd tot een villa. Dat gebeurde toen het complex in 1872 in handen kwam van de Russische prins Paolo Demidoff.

Als je het brede pad neemt dat langzaam naar beneden loopt, is een de eerste dingen die je tegenkomt, een zogeheten Ghiacciale. Op het eerste gezicht lijkt het weinig meer dan een groot gat in de grond. Maar kom dichterbij en je ziet de resten van het ijshuis. Hier werd in de winter ijs verzameld om in de zomer te gebruiken. Een ventilatiesysteem (nu niet goed meer zichtbaar) hield het ijs droog. Dikke muren hielden ’s zomers de warmte op afstand. Op de vlakbij gelegen Monte Senario was een nog veel grotere ijskelder waar in vroeger eeuwen heel Florence van kon profiteren.

Veertien meter hoog
De meeste mensen, zeker degenen die hier voor het eerst zijn, slaan dan linksaf naar de kolos. Hoog uittorenend boven een grote vijver vol waterlelies zien we het ongeveer veertien meter hoge beeld van ‘de kolos van de Appennijnen’.


De Vlaamse beeldhouwer Giambologna heeft dit in 1579-80 gemaakt, als de verbeelding van een reus die onder zijn linkerhand een monster verplettert. Het lijkt haast of hij het water uit het monster perst.

Nu straalt het geheel iets melancholieks uit – maar dat kan ook doordat de directe omgeving zo mooi is en het ‘monster’ door de natuurlijke erosie in de loop de eeuwen een deel van zijn dreiging is verloren.

Het moet vroeger een nog grootsere indruk hebben gemaakt. Het beeld stond aanvankelijk los en is bij een restauratie eind zeventiende eeuw meer ingeklemd tussen de bomen. Als je omloopt, zie je nog de toegang naar het binnenste van de reus. Een gevleugde draak bewaakt de toegang. Nu is die afgesloten, maar in het oorspronkelijke ontwerp kon je via een aantal kamers naar binnen lopen, om uiteindelijk in het hoofd van de reus te kunnen kijken.


De fontein van Jupiter
Loop weer een klein stukje tegen de helling op en je komt bij de fontein van Jupiter. Hoog boven een kleine waterpartij troont Jupiter, met de adelaar naast zich en een (afgebroken) bliksemschicht in zijn hand. Wat we hier zien, is overigens een negentiende-eeuwse kopie van het beeld dat hier oorspronkelijk stond. Het origineel, van de zestiende-eeuwse beeldhouwer Baccio Bandinelli (een beruchte ruziemaker), is naar de tuinen van Boboli gebracht, in Florence.


We zijn nu op een van de hoogste punten van het park. Vlakbij is het meer dat alle lager gelegen fonteinen en andere waterpartijen van water moet voorzien.

Heb je nog tijd, loop dan weer naar beneden. Het is heerlijk wandelen. Je komt langs een paar contemporaine beelden en stuit op Diana.



In het zuidelijke gedeelte van het park zijn nog een paar (droogstaande) fonteinen. Zoals de Peschiera della Maschera, met een bijna boeddha-achtige waterman in het midden, en een kopie van de oorspronkelijke Grotta del Mugnone. Er is ook een grot van Cupido, maar het beeld van cupido die daar stond en dat bezoekers nat spoot, is verdwenen.
Praktische informatie
De tuin is dit jaar tot en met 2 november te bezoeken, en gaat dan in april weer open. Bezoek alleen op vrijdag, zaterdag en zondag, en op 1 november. In september 10-20u, daarna 10-18u. De toegang is gratis.
